U bevindt zich hier: HomeVPW RotterdamALVVerslag ALV VPW R'dam 3 feb. 2010

40 jaar pastorale werkers

INLEIDING LEDENVERGADERING VPW ROTTERDAM

25 november 2008 door Nico Bulter

 

Huidige situatie

Pastoraal werk(st)er bestaat 40 jaar. Een gevestigde en tegelijk kwetsbare figuur in de RK Kerkprovincie.

Tendens 1: Sinds enige jaren dient de pw de functie vorm te geven in een nieuwe arbeidssituatie, gekenmerkt door samenwerking van parochies,  teamwork en vormen van geprofileerd werken.

Tendens 2: Sinds enige jaren is er het verschijnsel van het ‘clerocentrisme’ in het pastoraat, dat eigenlijk thuishoort in de periode voorafgaand aan Vat II: priesters zijn het subject van pastoraat, de niet gewijde christenen zijn ontvangers en helpers.

Vraag: Hoe dienen pw’s zich in deze situatie op te stellen? En hoe willen we dat de functie zich naar de toekomst toe ontwikkelt?  


Meewerken in het Pastoraat (1999)

Ontwerp door de Ned. bisschoppen van de functie pastoraal werk(st)er.

Erkenning als een ambt, van blijvende waarde voor de Kerkprovincie.

Begeleidend op taakvelden pastoraat, diaconaat en catechese. Toeleidend en meewerkend op taakvelden liturgie en viering van de sacramenten. Als zodanig is de pw complementair aan het dienstwerk van de priester. 

De pw kan ook supplere in takentijdelijk taken waarnemen die toebehoren aan de gewijde bedienaar. In de praktijk valt onderscheid complementair en supplementair weg, is het problematisch. 

 

Beroepsprofiel

In tegenstelling tot de verwachting heeft 40 jaar pw geen eigenstandig beroepsprofiel of een beroepsspecifieke spiritualiteit opgeleverd. 

VPW-onderzoek naar het beroepsprofiel parochiepastor leerde: zoveel profielen als er pastores zijn; priesters/diakens/pastoraal werk(st)ers verrichten dezelfde taken; parochiepastoraat heeft zich versmald tot zorg voor liturgie en bestuur. Recent onderzoek in Europa ligt in lijn van deze gegevens.

Vandaar het streven in meerdere Ned. Bisdommen om in teams van parochiepastores ruimte te maken voor specialisatie en profilering: naast liturgie en bestuur ook aandacht voor catechese, opbouw en diaconie.

 

Precaire positie pw

Pastoraal werk(st)ers en priesters: concurrentie tussen professionals. Feitelijk hebben pw’s veel gemeen met de oorspronkelijke monopolisten, de priesters. Er zijn veel overeenkomsten. Beide groepen leggen het zwaartepunt op terrein van liturgie en terrein van het bestuur. Er zijn grote overeenkomsten in religieuze biografie en spiritualiteit. Vaak is men verantwoordelijk voor hetzelfde takenpakket in de parochie. Verschillen moeten daarom benadrukt worden. Bron van conflicten is het gebrek aan afstemming tussen verantwoordelijkheden en vaardigheden. Vermindering van de exclusiviteit van de priesterlijke levensstijl (“zijns-beroep”). Onderdrukking van de mogelijkheid van een eigen profiel voor de professionele leek.

Pastoraal werk(st)ers en ‘gewone gelovigen’: concurrentie tussen leken. Pw’s streven naar professionalisering niet alleen om zich te onderscheiden van priesters. Het biedt ook de mogelijkheid zich te onderscheiden van de andere leken. Professionalisering om de eigen rol te beschermen en de zelfstandige waarde van de eigen bijdrage aan het pastoraat te verhogen. Dat leidt tot een versterking van  de pastorale expertocratie. De expert power van de professionals kan ertoe leiden dat zelfbewuste en zelfstandige volwassenen zich in de parochie gaan gedragen als onmondigen.

Niet hulp van de priester, maar de grensganger als typologie? Grensganger ad intra (tussen de sacramenteel-hierarchische structuur en de parochianen) en ad extra (op de grens tussen kerk/parochie en wereld/maatschappij). Echter,  geïmpliceerde dualiteit van kerk en wereld is empirisch problematisch: kerk is altijd al in wereld , en wereld altijd al in kerk.

 

VATICANUM II

Brede opvatting van pastoraat en de antropologische basis daarvan. Uitgangspunt is de interesse, de roeping en de bekwaamheid van ieder mens om aan het rijk Gods mee te bouwen en dus uiteindelijk pastoraal te handelen. De mens is altijd al zelf in staat en geroepen tot pastoraat, tot het leveren van een bijdrage aan de opbouw van het rijk Gods. Elk mens is principieel in staat zichzelf te ervaren als een plaats waar God werkt, is geroepen tot herderschap. Er is een fundamentele aanleg van allen voor het pastoraat, in een concrete zorg (care) voor de ander. Deze brede opvatting staat haaks op de voorconciliaire nadruk op het herdersambt van de priester, waarbij in een christologische fundering het algemene herderschap voor elkaar werd vernauwd tot de bijdrage van de priester.

Ambivalentie mbt professionele leken in het pastoraat. Concilie houdt niet vast aan bovengenoemd uitgangspunt, is halfslachtig. De dienst van de pw wordt gedefinieerd vanuit doop en vormsel (gemeenschappelijk met alle leken, nog niet eens vanuit de brede antropologische basis) maar tevens indirect van het gewijde ambt. Als leek verlaat de pw als het ware het beperkte terrein van het woord (doordringing van leven en wereld) en begeeft hij zich op het oorspronkelijke terrein van de priester (door toewijzing via kerkelijke zending van verschillende functies van het ambt). Dat urgeert het maken van onderscheid: wel coöperatio, niet participatio. Pw maakt geen deel uit van de ordo, maar krijgt door middel van een mandatum deel aan het officium. Er is een ‘ecclesiologisch onmogelijke mogelijkheid’ ontstaan. De facto voeren pw’s ambtshandelingen uit, de jure blijven ze echter leken.

 

De pw als dienstbaar theoloog (in een chronisch onduidelijke positie in de parochie)

Allen mensen zijn geroepen tot zorg voor de ander. Theologisch: Ieder mens is geroepen tot een bijdrage aan de opbouw van het Volk Gods.

Het professioneel handelen van pastores in het parochiepastoraat is een verbijzondering van deze algemene roeping, van deze verbondenheid op grond van doop en vormsel. Een verbondenheid met alle goedwillende mensen.

Het priesterlijk handelen is een speciale expressie van deze algemene roeping. Een identiteit altijd verbonden met een fundamentele gemeenschappelijkheid van alle gelovigen (en alle mensen).

Het handelen van de pastoraal werk(st)er is een speciale expressie van deze algemene roeping. Een identiteit altijd verbonden met een fundamentele gemeenschappelijkheid van alle gelovigen (en van alle mensen).

Naast zending beschikt de pw over een theologieopleiding en pastorale expertise. Dat maakt pw tot leek met expertise. De pw kan met deze expertise ‘medechristenen helpen de doop te aanvaarden en de daaruit voortvloeiende rechten en plichten te dragen’.Gekenmerkt door:

Een maieutisch-mystagogische competentie: het pastorale potentieel in het hele volk te zoeken, op waarde te schatten en te bevorderen, opdat ieder zijn bijdrage kan leveren, herder kan zijn.

Professioneel verantwoorde deprofessionalisering: weliswaar expert, maar als gelovige in verbinding met medegelovigen, hetgeen zich onder meer uit in een participatorische stijl van leidinggeven in een parochie. Van een kerk voor het volk Gods naar een kerk van het volk Gods.

Tendens dat pw’s primair actief zijn op terrein van catechese, opbouwwerk, diaconie, altijd in verbinding met (vormen van) liturgie en persoonlijk pastoraat. Met tweedelijns accenten.

 

Nico Bulter

 

Met dank aan S. Gartner in TvTh juli/aug/sept 2008 262-281.

    Plaats reactie

    Free business joomla templates