Hoe geef je invulling aan je taak als geestelijk leider in een wisselvallig klimaat?
Inleiding door Nico Bulter voor ledenvergadering VPW Utrecht op 12 mei 2010 en voor ledenvergadering VPW Haarlem-Amsterdam op 18 mei 2010.
1.
Een aantal actieve leden binnen de parochie – vrijwilligers – heeft behoefte om met elkaar te praten over het thema seksueel misbruik in de katholieke kerk. De pastoraal werkster, de eerstaanspreekbare binnen de geloofsgemeenschap, schrijft een avond uit. Vijftien parochianen komen die avond bij elkaar. De pastoraal werkster heeft in de week ervoor een bijeenkomst meegemaakt van een groep pastores met de bisschop die aan het thema was gewijd: zij was geïnformeerd en thuisgeraakt, ook in de procedure Hulp en Recht. Van belang was dat zij niet vanuit die informatievoorsprong mensen zou gaan bijpraten en zich ook niet zou opstellen om bepaalde aspecten te verdedigen. De mensen zelf aan het woord laten, dat was van belang.
De vijftien mensen laten een palet aan verschillende reacties zien. De een heeft de kerk lief maar moet niets hebben van het instituut, dat seksueel misbruik heeft mogelijk gemaakt en een doofpotcultuur heeft ontwikkeld. De ander vindt juist dat een instituut nodig is om het geloof verder te brengen, en vindt kritiek op het instituut ongepast. Weer aan ander zegt: wat er gebeurt, raakt me, doet me wat, ik schaam me er ook voor, dit is mijn kerk niet. Iemand zegt: ik sta voor deze kerk, daar kies ik voor, en dat betekent ook inclusief de fouten die er gemaakt worden, daar loop ik niet voor weg. Weer een ander wil het er niet meer over hebben, er zijn al genoeg woorden aan het thema vuil gemaakt. Weer een ander zegt: dat is iets van vijftig jaar geleden, toen bestond ik nog niet eens, dus wat moet ik er mee? Ik kan er ook eigenlijk niets mee.
Als de verschillende reacties op tafel liggen, komt de vraag: wat kunnen wij hier nu mee? De groep zegt: ondanks alles en met alles wat er gebeurt vinden wij hier iets bij elkaar. Misschien is dat dan wel niet rooms-katholiek maar in ieder geval wel katholiek. Kijk, al dat negatieve nieuws in onze kerk zuigt ons leeg, geeft alleen maar negatieve energie. Wat we hier in onze geloofsgemeenschap ervaren, dat is iets waar ik voor wil staan. Dit is belangrijk, hier sta ik wel voor. En dan volgt er een afspraak dat zij regelmatig stukjes gaan schrijven in het parochieblad onder de kop: waarom heb ik het hier in deze geloofsgemeenschap naar mijn zin?
Wat is de rol van de pastor in dezen? Zij hoort de vragen bij een aantal parochianen en organiseert een gesprek. Zij luistert naar de verhalen, zet anderen aan tot luisteren, vraagt door om bij de kern te komen, laat de verhalen naast elkaar staan zodat deze niet gaan interfereren, pakt ook stukjes weer terug om ze bij elkaar te brengen en te verbinden. Stelt de vraag: wat kunnen wij doen? Waar staan wij voor? En bij de rondvraag gaat de pastor in op het gesprek als zodanig: dat het lastig is om zo’n gesprek te voeren, maar dat het ook nodig is om het er met elkaar over te hebben. Hier benoemt zij dus het gesprek als zodanig. De groep komt tot de conclusie dat de zaken toch wel genuanceerd liggen, en maakt de afspraak om stukjes te gaan schrijven in het blad. De pastor evalueert na afloop voor zichzelf: er is een stap gezet, ik ben het gesprek aangegaan, de mensen zijn het gesprek met elkaar aangegaan, en nu mag ik dit even loslaten en uit handen geven. Zij weet dat een kerntaak van leiderschap is: de eerste stap durven zetten. Met het zetten van de eerste stap ben jij ‘voorganger’ in de weg die begaan moet gaan worden, en breng je iets op gang dat daarna ook zijn eigen gang gaat. Zo ook met conflicten, weet ze voor zichzelf: als er conflicten in de gemeenschap zijn, dan is het van belang deze aan te gaan en onder ogen te gaan zien. Waar het verhaal stokt, kun je dit ontwarren en weer laten stromen. Dat is leiderschap.
2.
Structuur
Bovenstaand verhaal heeft – bij nader inzien - een eigen structuur, opgebouwd uit een aantal elementen. Deze elementen zijn vergelijkbaar met de concepten die te vinden zijn in het model van geestelijke begeleiding, zoals ontwikkeld door Tjeu van Knippenberg en/of Frans Maas. Ik loop deze nu even langs.
Een vraag.
Er is een vraag. Daar begint het verhaal. De vraag is leidend beginsel. Niet de vraag in catechese of verkondiging om bij het aanbod uit te komen. Maar de vraag als begin van een open, mogelijk nieuwe ruimte…Een ervaring waar je niet goed raad mee weet, gevoel van schaamte, gevoel dat er meer moet zijn op aarde dan dit, gevoel van verwarring en niet meer weten wat te denken…
De weg of levensweg.
Het thema seksueel misbruik zet de zaak op scherp. Als er zoveel misgaat, waarom ga ik dan niet weg bij deze club? Wat maakt het voor mij de moeite waard om bij deze geloofsgemeenschap te willen blijven horen, en hoe doe ik dat dan? Wezenlijk voor ons menszijn is als het ware het onderweg zijn. Onderweg gebeurt er van alles en nog wat. Daar moet je je telkens opnieuw tot verhouden, als een onophoudelijke reeks van vragen en uitdagingen. Mensen bevinden zich altijd op een weg, in een traject dat ergens naar toe gaat, met kruispunten en mogelijkheden tot keuze. Dat is nu het geval: wat moet ik nu met deze actuele kwestie?
Verhalen
Bij onderweg zijn horen verhalen. Onderweg vertellen mensen – ’s avonds in de herberg – verhalen over wat hen overkomt, wat hen prikkelt, doet schamen, blij maakt, boos, verdrietig, machteloos en moedeloos. In deze verhalen zijn mensen op zoek naar ordening in wat zij doen en wat hen overkomt. Deze verhalen zijn zoektochten naar ordening op het niveau van betekenis en zingeving: wat betekenen deze gebeurtenissen voor mij? Hoe vind ik te midden van deze voortdurende stroom van negatieve en positieve gebeurtenissen grond onder mijn voeten? Niet heen en weer geslingerd door de waan van de dag, niet mijn mening en levensvisie ophangen aan ongenuanceerde krantenkoppen. Maar hoe dan wel? Hoe verhoud ik mij tot mijn omgeving, mijn medereizigers, verhaalfragmenten als voortdurend variërende antwoorden op de vraag “Wie ben ik?’’ en waar wil naar toe ? Ordening aanbrengen in belangrijke en minder belangrijke zaken… op zoek gaan naar een rode draad die de verhalen met elkaar verbindt… het leven is meer dan een complexe kluwen van toevallige factoren… maar er zal toch wel ergens samenhang te vinden zijn?
Oriëntatie
Ieder mens heeft, aldus Tjeu van Knippenberg, een eigen oriëntatie waarmee hij het leven bekijkt. Hij beschrijft oriëntatie of perspectief als een netwerk van affecten, intenties en concepten, waardoor de werkelijkheid op een bepaalde manier waargenomen wordt. Wie honger heeft, ziet overal lekkere maaltijden, en wie eenzaam is ziet overal liefkozende paartjes…Dat perspectief, die oriëntatie heeft dus een profilerende, bepalende invloed op de waarneming. Knippenberg beschrijft het christelijk perspectief als dat van Jezus, die zo naar Petrus kijkt na diens verloochening, dat hij meer dan verraad ziet, ook namelijk wat hij ten diepste gebleven is, namelijk leerling en vriend. Deze blik brengt Petrus bij zichzelf en doet bij hem de bronnen van berouw opengaan. Het christelijke perspectief ziet dus niet voorbij aan de werkelijkheid, heeft dus oog voor verraad, oog voor waar mensen elkaar seksueel misbruiken, maar probeert vanuit dit perspectief daardoorheen te kijken naar mogelijkheden die daarachter liggen, naar krachten die daarachter zitten en te mobiliseren zijn.
Door alle negativiteit heen groeit bij de groep de behoefte elkaar te vertellen en dat ook te delen met andere parochianen wat hen dierbaar is. Wat het de moeite waard maakt om lid te zijn en actief te zijn binnen deze geloofsgemeenschap.
Oriëntatie op het geheim
Dus proberen ontvankelijk te worden voor wat nog verboren is. Het geheim achter de dingen. Proberen te leven en te zijn met alle zintuigen open voor de volle werkelijkheid, die weer een spiegel is van een verborgen werkelijkheid, kun je zeggen. Dan is de geest van de mens als het ware een ontvangstcentrum, een aanraakmogelijkheid voor iets dat hem te boven gaat, maar hem omringt, omgeeft, draagt. In dat licht wordt mijn zogeheten mening of identiteit een constructie, ik val er niet mee samen, er groeit ruimte in mijn ziel en geest en bewustzijn, met gevoel voor diepte en hoogte, met gevoel voor nuancering, en dat er een grond is die blijft dragen, in verbinding met mijn levenshorizon… Deze oriëntatie op het geheim maakt het mogelijk mijn leven te richten en in te richten.
Richting
Je weet je vertrekpunt, waar je nu bent. Het kunnen vinden van de juiste richting, aldus van Knippenberg, is in belangrijke mate afhankelijk van de aanwezige kennis van de plek waar je je bevindt. In dit moment, in het nu, ligt namelijk mijn verleden opgeslagen, de ervaringen en herinneringne tot op heden. Tegelijk ligt in het nu het potentieel voor mijn toekomst. Het hier en nu is een verzamelpunt van gebeurtenissen en ervaringen tot nu toe en potentie van wat komt.
We gaan onze kracht opzoeken, temidden van de negatieve verhalen, dat is wat de groep besluit.
Inrichten
Dat is de uitwerking van het richten. Waar het richten vooral betrekking heeft op tijd, gaat het bij inrichten om de ruimte. Betrokken op de ruimte waarin ik leef, de wereld waar ik deel van uitmaak. Mijn verhouding tot de naasten, de andere parochianen, mijn stellingname in kwestie van milieu, oorlog en de concrete inrichting van deze ruimte… inclusief het luisteren wat andere parochianen vertellen en dat delen met een serie teksten in het parochieblad.
3.
En wat doet de pastor? Groener onderscheidt drie lagen in het leiderschap van de parochiepastor: de manager, de sociaal leider, de geestelijk leider. Als we kijken naar wat de pastor hier doet…. In het optreden zit een laag sociaal leiderschap: het begint bij het signaleren van de vraag, en dan mensen bij elkaar brengen, in gesprek brengen, naar elkaar laten luisteren, niet elkaar veroordelen, maar bij elkaar brengen. Er is ook een laagje management: van de organisatie van het gesprek tot de koffie en de verwarming tot de afspraak tot een serie teksten in het plaatselijke blad. Maar bovenal een vorm van geestelijk leiderschap: op zoek naar de krachtbronnen om vanuit te leven en geloofsgemeenschap te zijn in verbinding met de pijn en schade die mensen lijden.
4.
In het voorgaande is een structuur waar te nemen die vergelijkbaar is met die in het verhaal van de barmhartige Samaritaan (Lc. 10, 25-37).
Van de orde in Jeruzalem naar de chaos in de woestijn.
Eerbied voor wat zich aanbiedt. Daar begint pastoraat.
Onderweg kom je van alles en nog wat tegen.
De actuele crisis is dus een uitdaging: Wie ben je? Waar sta je?
Opnieuw ontdekken wat onze weg is…
Onderweg vindt omvorming plaats, in de leegte en de chaos. Dat gebeurt door iets waar je niets over te vertellen hebt, dat voltrekt zich aan jou. Dat verandert de werkelijkheid, keert de werkelijkheid, opent ruimte. In het verhaal wordt een naaste geboren, die een ketting van vertrouwen tussen mensen opent.
5.
Hoe vind je als geestelijk leider grond onder de voeten? Een belangrijke bron is het eigen roepingverhaal dat je als een bron met je meedraagt. Roeping: niet als resultaat van verstandelijke overwegingen. Niet als resultaat van een toevallige speling van het lot, laat staan het noodlot. Maar wel als een rode draad die in je leven gegroeid is, die jouw verhalen maakt tot een levensverhaal, die je telkens onderweg beaamt. Dat roepingverhaal is een reservoir van kracht en inspiratie, een bron van uithoudingsvermogen in lastige tijden, een uitnodiging drempels te overschrijden en niet te leven vanuit angst maar vanuit vertrouwen en hoop. En onderweg word je voortdurend uitgedaagd de vraag te beantwoorden of de jas die je aan hebt nog wel past bij jouw bezieling, of je wilt staan waar je nu staat, of je wilt zijn wie je nu bent.
Nico Bulter