HOE BEWAAR JIJ, IN JOUW FUNCTIE VAN PASTOR, IN TIJDEN VAN CRISIS VOOR KERK EN PASTORAAT, JE EIGEN WAARDE?
Niet uitgesproken inleiding van Nico Bulter op 18 mei 2011 voor de VPW RotterdamBEWAREN
Is kiezen. Een proces van kiezen, wegdoen en niet wegdoen. Behouden wat van waarde is, wat jij waardevol vindt. Wat jij niet van waarde vindt voor de erop volgende dagen, neem je niet verder met je mee. Dus prioriteiten stellen. Bewust en vooral onbewust, gaandeweg.
Wat neem je mee voor onderweg, wat bewaar je? Om van te leven, te kunnen leven, ook de volgende dag. Proviand. Leeftocht. Levensmiddelen voor onderweg. Je neemt mee voor de eerstvolgende dagen. Niet teveel, en zeker niet wat weer makkelijk bederft. Wie wat bewaart, heeft wat. Je kunt beter niet alles ineens opmaken.
Je neemt ook opgebouwde ervaring, kennis, inzicht, wijsheid mee. Dat zijn bouwstenen om van te leven. De kostbare ontdekking dat het leven bij uitstek een gave is, elke dag een geschenk is, dat maakt je ontvangend, dat nodigt je uit om ontvangend in het leven te staan, je weg te zoeken in het samenspel van eigen verlangens en behoeften enerzijds, en dat wat je krijgt aangereikt en mag ontvangen anderzijds. Je weg zoeken temidden van de dingen die je ontvangt en niet in je macht hebt, vanuit een weet van herkomst, en een richtinggevoel van bestemming, en tegelijk niet wetend wat de volgende dag brengt.
Of het kostbare inzicht dat je bang bent te vallen, maar de herinnering bij je hebt dat je niet in de afgrond stort. Dus ga je het onbekende landschap in, in vertrouwen dat het ergens toe leidt. Ga je een nieuwe ontmoeting aan, in het vertrouwen dat het niet tot niets leidt. Je weet dat je dan niet valt, toch weer overeind kunt krabbelen, en dat je meer kracht en vitaliteit in je hebt dan je denkt. Dat zijn kostbare bouwstenen om van te leven.
Het kostbare inzicht dat als je onder druk komt te staan zoals in de psalmen, als de nacht je omringt, dat er ergens een bodem van vertrouwen is, een hand die je verder brengt, een gezicht dat opdoemt uit de mist en je tegemoet komt. Dat het vertrouwen niet een pakketje is, maar het vertrouwen verbonden met iemand, met God, met de bron van overvloeiende liefde. Zo’n inzicht, zo’n aanraking van de ziel, dat bewaar en koester je, je zorgt ervoor, je waarborgt het, wat waar is borg je, anker je in jezelf.
Een bewaardoos: alles wat je dierbaar is gaat daarin, en al die stukjes vertellen in hun verzameling iets over de eigen levensgeschiedenis, het eigen levensverhaal wordt erin verteld aan de hand van dingen, dingen die hun betekenis krijgen, symbolische waarde, die iets vertellen over de persoon, die iets zichtbaar maken van de erin verborgen ziel. Vanuit het binnenperspectief van de persoon zelf. In de brede context van een levensgeschiedenis, een aaneenrijging van momenten en dagen, daar komen lagen bij, nog diepere lagen, jaarringen.
Bewaren is dus ook: zorgen dat iets blijft bestaan. Dat iets niet verloren gaat. Dat kostbare inzichten ons blijven begeleiden onderweg, dat wijsheid ons vergezelt. Wijsheid overdragen van generatie op generatie, als een heilige taak, een heelmakende taak. In de hoop dat kennis en inzicht en wijsheid vermeerderen. Zoals wijn die bewaard wordt kan rijpen om tot volle smaak te komen.
In de Schrift heeft bewaren twee klanken bij zich: bewaren in je hart, en behoeden tegen de vijand en de belagers.
Bewaren in je hart. Ps 89,29: “Voor altijd bewaar Ik mijn liefde voor hem, ik blijf mijn verbond met hem trouw”. Dat is de liefde en trouw van de eeuwige aan David, zijn volk, zijn liefde. Ps 119,11: “Ik bewaar uw woord in mijn hart, dan zondig ik nooit tegen u”. Spreuken 4,21: “… en bewaar ze (mijn woorden) in je hart”. En 7,1: “Bewaar mijn geboden zorgvuldig…op het schrijfplankje van je hart”. In de brieven van Paulus, Timoteus en Judas, met name in de slotgroet: “bewaar de vrede en de God van liefde en vrede zal met u zijn”. “Bewaar wat u is toevertrouwd”. “Bewaar de u toevertrouwde schat, met de hulp van de heilige geest die in u woont”(2 Tim. 1,14). Bewaren is hier: internaliseren, ankeren in je hart, koesteren in je innerlijke ruimte, ziel.
Maar bewaren is ook: behoeden tegenover. In de afscheidsrede van Jezus (Joh.17): behoeden voor de zondigheid van de wereld, dat is de vijandigheid die Jezus ondervond van de joodse autoriteiten, en de vijandigheid van leidende Joodse kringen in zijn tijd. De johanneische gemeente, die zich te weer moet stellen en eigenheid moet veroveren en bewaren tegenover het joodse milieu. Dus: ook je teweer stellen, kracht verzamelen om je eigen plek in te nemen, hoezeer je positie ook word bedreigd.
BEWAREN, MAAR WAAR?
Ergens in je is er een ruimte, een bewaarruimte, een innerlijke ruimte waarin je bij je houdt wat je dierbaar is geworden in de loop van je leven. Die ruimte is niet lokaal, niet gelokaliseerd. Maar die is er wel, in het samenspel tussen binnen en buiten. Die ruimte gaat met je mee in de tijd, in de opeenvolging van moment naar moment, ergens groeit er duurzaamheid en continuïteit, en gaat er een eigenheid met je mee die van jou is, bij jou hoort. Zeg maar een ziel. Zeg maar een resoneerruimte, een ruimte waarin naklinkt en naresoneert wat er met je gebeurd is. De oorzaak van de resonans van de klank ligt elders, maar de weerkaatsing ervan verzamel je in deze innerlijke ruimte, in je ziel. Mijn eigenheid wordt erin bewaard. Ook de ontvankelijkheid voor het jij wordt erin bewaard, ik kan mijn innerlijke ruimte openen en sluiten voor wie mij aanspreekt. En het jij dat aan mij verschijnt, dat wij niet hebben uitgevonden, vraagt om respect, toont zich aan mij als een geheim. Waaijman zegt dan: “En dan is er het geheim dat God heet. Als we heel stil zijn, zien we dat we eigenlijk niets weten en verwonderd als een kind in een Oneindigheid staren die ons aan alle kanten omringt”.
Het inzicht: de zorg voor de ziel is voorwaarde om te kunnen bewaren. En het volgende inzicht: de zorg voor de ziel is voorwaarde om je eigen waarde te kunnen bewaren.
CRISIS
We moeten voorzichtig zijn met het woord crisis. En zeker onderscheiding aanbrengen.
Moeten we spreken van crisis als parochies moeten fuseren en met minder middelen toe moeten, minder personeel, minder geld, minder gebouwen? Is krimp grond voor de definitie: crisis?
Moeten we spreken van crisis als de functie en het takenpakket van de pastoraal werk(st)er in de loop van de jaren wordt ontdaan van alle trekken van een priester? Als de pw weg wordt gehaald uit het centrum van de liturgie, weg uit het centrum van het bestuur? Zie het verhaal van een pastoraal werkster uit het bisdom Den Bosch. Zij werkt aan vitalisering van de plaatselijke parochie, is in het team de hoogst opgeleide, werkt onder leiding van de pastoor, heeft deze kerk met deze pastoor en deze bisschop te aanvaarden, en geeft aan: gekwetstheid en gekrenktheid, je kunt erdoor heen en overheen leven, naar een nieuwe gestalte van de functie pastoraal werk(st)er.
Moeten we spreken van een crisis als je met het gevoel rondloopt dat waar je al die jaren voor gewerkt en gevochten hebt, de idealen verbonden met Vaticanum II, dat we die strijd verloren hebben, en eigenlijk terug bij af zijn? Is dit een fundamentele crisis?
Moeten we spreken van een crisis als mensen de kerk en het geloof en pastoraat vaarwel zeggen, niet meer van belang achten voor hun religiositeit? Dit is een fundamenteel proces, dat tast aan de fundamenten van kerk en pastoraat. Hier kan men gerust spreken van een crisis in de echte zin van het woord, een crisis die ook het werk aantast van de werkers in die kerkelijke organisatie.
Moeten we spreken van een crisis nu het thema seksueel misbruik de kerk op zijn fundamenten doet schudden, nu pastores als daders het ambt onderuit halen, nu de kerkelijke leiding zichzelf in opspraak heeft gebracht door zolang en systematisch de feiten onder tafel te houden? Ja, hier is sprake van een crisis, een geloofwaardigheidcrisis in optima forma. Heeft het woord van een pastor nog zeggingskracht, heeft hij of zij recht van spreken? Is een pastor überhaupt te vertrouwen?
Ja zeker, een crisis. Die hopelijk en op den duur als een zegen gaat werken, die gerechtigheid gaat brengen aan slachtoffers en misbruikten, die de daders ter verantwoording roept, die zuiverend kan werken ten aanzien van de kerkelijke organisatie en leiding, en de plaats van de kerk in de wereld.
Laten we dus onderscheiden, ons niet door diffuse emoties laten overmeesteren, maar zindelijk blijven denken, en nauwgezet blijven kijken naar wat er gaande is. Minstens voorzichtig zijn met formuleringen als crisis.
WAARDE
Hier raak je aan de ziel van de mens. Dat wat je het meest kostbaar is: waarde, betekenis, zin. Bewaren doe je om te behouden en te behoeden wat van waarde is. Tot en met de eigen waarde, de eigen waardigheid, dat je rechtop kunt lopen, in alle situaties van het leven, in voor- en tegenspoed.
Werk jij nog in deze kerk? De vraag naar verantwoording, naar buiten toe. De v raag naar verantwoording naar binnen toe, in het forum internum. Waar sta ik? Wil ik hier zijn? Wil en kan ik hier zijn met hart en ziel? In volle en soms kwetsbare overtuiging? En met plezier?
Zie het leerproces van de kinderen in het bezette Betlehem en de dagelijkse gang naar school langs het checkpoint en die achttienjarige soldaten, jongens en meiden, met het geweer in de aanslag. Leren, oefenen, erover praten, ervaringen en gevoelens uitwisselen, en leren om ook in die situatie van de geminachte/de vijand/ de verdachte/ de beschuldigde overeind te blijven, gevoel van eigen waarde te behouden en te bewaren. Ondersteund door sumud, het moment van volharding, een belangrijk woord in de Palestijnse cultuur, dat is een keuze bestendigen, ook de volgende dag, en weer de volgende dag, zodat de houding van waardigheid in je ankert, vlees en bloed wordt, integriteit als het hoogste goed. Zoals Fentener van Vlissingen zei van zijn miljardenhandelsonderneming: integriteit is in alles en alle geledingen van de onderneming het hoogste goed.
In de Schrift betekent ‘waarde’ in eerste instantie geld (land, dier, bezit). Kwantitatief: zoveel is dit en dit waard. In andere teksten komt de kwalitatieve betekenis tevoorschijn: iets of iemand wordt betekenis toegekend. Jezus Sirach 10,28: “Mijn kind, wees bescheiden, maar behoud je zelfrespect, en schat jezelf op je echte waarde”. Waarde is wat en wie jij bent, welke betekenis het heeft dat jij er bent en leeft, wat jij toevoegt aan de schepping. Waarde is ook verbonden met wat jij belangrijk vindt om na te streven, wat jij van waarde vindt, als een betekenisgevend ideaal. Een ideaal dat richting heeft aan je activiteiten en dat alle deeltjes van jouw leven samenvoegt in een betekenisgevend en samenhangend geheel.
HOE?
Blijft over de vraag naar het ‘hoe’. Hoe doet je dat, je eigen waarde bewaren? Als pastor verbind je je met mensen en met het geheim dat zij meedragen. God dient zich aan in wat ertoe doet, op de plek waar jij bent. Hoe ben jij dan daar, op die ‘heilige plek”? Hoe bewaar je, in jouw functie als pastor, je eigen waarde?
Zie de reacties van negen pastores, die in mijn vraag vooraf aan de leden om kort bovenstaande vraag te beantwoorden, het volgende naar mij schreven. Ik vat deze samen.
- Erkenning. Er is wel wat aan de hand. Er is een crisis met nogal wat gevolgen. Een pastor zegt: het kost mij veel kracht om mij niet mee te laten slepen in de negativiteit die ik in mijn werk in de kerk om mij heen ervaar. Een andere pastor is echt geschokt, met name door de houding van de kerkelijke leiding en de doofpotcultuur.
- Keuze voor openheid. Wees open, zorg dat alles bespreekbaar is, ga niets uit de weg. “In de denkbeelden van een ‘tegenstander’ kan ook zin schuilen”. “Een grens is wel: mensen beschadigen, dat kan niet. In het dagelijkse pastoraat ‘ben ik nog al eens geconfronteerd met boosheid en teleurstelling in de falende leiding van de kerk’.
- Onderscheid aanbrengen. Een pastor onderscheidt ‘crisis’ op meerdere niveaus: de ruimte als pastoraal werker wordt beperkt; werken in teamverband en de verandering in functioneren en botsende verwachtingen; de groeiende tweedeling tussen een smalle clericale kerk en gemeenschappen op zoeken naar nieuwe vormen van samenkomen. Dus het maken van een adequate analyse.
- Optrekken aan anderen. “De gedrevenheid van mensen, die zich inzetten voor de kerk, naar binnen en naar buiten, dat inspireert mij”. “Ik denk aan al die mensen die wel met integriteit binnen de kerk proberen vorm te geven aan een leven in het licht van God”. “Ik vind het heerlijk te werken met mensen die hun ziel en zaligheid leggen in hun kerk”. “De meeste mensen die zich engageren met de kerk, ook de vrijwilligers, laten zich niet ‘verlammen’ door deze gebeurtenissen”.
- Erkenning eigen verantwoordelijkheid, en enige afstand. Als pastor heb ik een eigen taak in het geheel. “Daarin val ik niet samen met wat de kerk of de kerkelijke leiding is of doet”. Een gehuwd priester die voorgaat in eucharistievieringen zegt: “Ik neem mijn eigen verantwoordelijkheid naar de mensen die samenkomen om het Woord van de Heer te horen in ik deel met hen het Brood van de Heer”. Een geestelijk verzorger identificeert zich niet met de kerk, ziet dat de huidige kerk van hulpmiddel tot obstakel is geworden op hun geloofsweg, is van mening dat een absurde poging tot behoud van gezag en macht zorgt voor de neergang van het instituut kerk, beschouwt de crisis als gevolg van het thema seksueel misbruik als een echte kans voor omkeer en vernieuwing: “Ik zie het als mijn taak mensen te helpen bij hun zoektocht naar hartverwarmende inspiratie, zorg te dragen voor inspirerende vieringen, te lezen wat mij geestelijk voedt (geen kerkelijke beleidsstukken)”.
- Geloof en vertrouwen. “Ik geloof in mensen en in God die ons draagt en kracht geeft, onverwoestbaar is mijn vertrouwen”. “Ik vertrouw op de waarheid van mijn geloof, van de boodschap van Jezus, ik kan zo mijn eigen waarde bewaren, zelfs in de krisis van de kerk”.
- g. Gebed. “Door met deze Bron in contact te blijven en op de pastorale momenten in het ‘hier en nu’ te denken en bij de mensen te zijn die om mij heen zijn, blijf ik trouw aan wie ik ben en welke richting God met mij uit wil gaan”. “Een dagelijkse meditatieve wandeling is voor mij belangrijk: een half uur ‘voor de Eeuwige’ met een Bijbeltekst en persoonlijk gebed.
- h. Liturgie. “Ik houd me op de been door met anderen liturgie te vieren. Daar krijgt alles een plaats. In de liturgie breng ik alles voor God. De sterke en zwakke en zondige kanten”.