U bevindt zich hier: HomeInleidingen

De spiritualiteit van de geestelijk begeleider

Inleiding tijdens de Algemene Ledenvergadering van de VPW afdeling Limburg

Roermond, 18 november 2010

Beste mensen,

In maart j.l. heeft Frans Maas voor Uw gezelschap een m.i. uitstekende lezing gehouden over geestelijke begeleiding, die ik met veel interesse én herkenning

gelezen heb. Ik geef U nu alleen in het kort en met mijn eigen woorden wat ik versta onder geestelijke begeleiding.

Daarna wil ik me concentreren op de spiritualiteit van de geestelijk begeleider, dit met name op suggestie van Paul van Gerven.

 

Als een ‘vooraf’ dus eerst nog eens:

GEESTELIJKE BEGELEIDING

Geestelijke begeleiding wil mensen begeleiden dichter bij het Geheim van Gods aanwezigheid en dichter bij het geheim van hun eigen leven te komen.

Steeds meer mensen zijn op zoek naar zin, naar diepte en echtheid. Er is het groeiende bewustzijn dat er méér is tussen hemel en aarde. Velen van ons beseffen, dat ze iets, misschien zelfs het meest wezenlijke, missen en dat de zogenaamde grote vrijheid van maakbaarheid en zelfbeschikking op de duur eerder benauwend dan echt bevrijdend werkt. In plaats van individualiteit te vinden raken we meer en meer verstrikt in individualisme en egoïsme.

In eerste instantie zoeken mensen antwoorden op hun vragen, zoeken ze naar het herstel van hun evenwicht, dat misschien uit balans is geraakt. Hoe weer richting, invulling en zingeving van hun leven te vinden?

Wat velen meestal zoeken is geestelijke leiding – leiding, die duidelijkheid en houvast geeft omtrent hoe de weg gegaan dient te worden - en dit het liefst zo vlug mogelijk - om zo het ongemak van onzekerheid achter zich te kunnen laten en weer de controle over hun leven te hebben.

Geestelijke begeleiding gaat een andere weg: hier is niet het doel te voldoen aan de moderne ‘wellness’-behoefte van mensen, die samengevat zou kunnen worden met ‘als ik mij maar goed voel is het goed’.

Ze gaat ook niet in op de behoefte aan duidelijke richtlijnen of heldere inzichten.

Geestelijke begeleiding weet dat iedereen zijn eigen geestelijke weg moet gaan, die nooit lineair verloopt, maar zich voltrekt via bochten en kronkelpaden, vaak onoverzichtelijk, en die ook steeds opnieuw verkend moet worden, m.a.w. het gaat om een weg, die pas ontstaat in het gáán ervan.

De taak van de geestelijk begeleider is daarom als tochtgenoot met de begeleide op weg te gaan om hem/haar te helpen opmerkzaam en gevoelig te worden voor Gods veelvormige aanwezigheid in het eigen leven.

De geestelijke begeleider pretendeert niet de weg te kennen of antwoord op alle vragen te hebben en wil ook geen kant-en-klare oplossingen aandragen.

Maar hij gaat wél met de ander mee om hem te helpen zijn eigen antwoorden te vinden en zijn eigen weg te gaan.

Hier is er dus mijns inziens een duidelijk verschil met geestelijke leiding en in het begeleidings-gebeuren is het dan ook van wezenlijk belang dit goed te blijven beseffen én te praktiseren ...

=============

Naar aanleiding van deze laatste zin vroeg Paul van Gerven me, in het licht van jullie huidige project, me vooral te concentreren op vragen als:

> Wat moet een begeleider in huis hebben om dit te kunnen en vol te houden?

> Hoe verhoudt dit zich tot de eigen spiritualiteit van de begeleider en hoe voedt hij die?

===============

Mijn uitgangspunt is:

DE PERSOON-ZELF IS PRIMAIR

Tijdens mijn eigen opleiding als geestelijk begeleider werd ons allerlei kennis aangereikt, maar steeds opnieuw werd benadrukt dat het allereerst en allermeest de persoon van de begeleider zelf is, die ertoe bijdraagt dat geestelijke begeleiding vruchtbaar is.

De persoon-zelf is het allerbelangrijkste instrument in de begeleidings-relatie.

Wat is nu voor de persoon van de begeleider van wezenlijk belang ?

Ik werk dit in vijf punten uit:

- het eigen spirituele leven

- voortgaande vorming

- opleiding

- levenshouding

- specifieke rollen

1. HET EIGEN SPIRITUELE LEVEN.

In een tamelijk zakelijk document dat Gedragsregels voor geestelijk begeleiders heet, wordt dit als hoogste prioriteit genoemd. Die Gedragsregels worden gehanteerd door de Vereniging van Geestelijk Begeleiders in België en Nederland, GAANDEWEG (zie eindnoot).

- De eerste voorwaarde waaraan een geestelijk begeleider moet voldoen heet het: het beoefenen van een persoonlijke en gemeenschappelijke geestelijke praxis. Gewoon gezegd: een goed verzorgd geestelijk leven: regelmatig en toegewijd tijd nemen voor gebed en contemplatie, voor geestelijke lezing, voor bidden met de Heilige Schrift, voor langere tijd van intense bezinning in een retraite, en dergelijke.

Daar wordt dan in die Gedragsregels aan toegevoegd: regelmatige deelname aan geestelijke begeleiding. Oftewel: een geestelijk begeleider moet zich zelf door iemand anders geestelijk laten begeleiden.

Dit is iets (heel) anders dan intervisie of supervisie.

Het gaat hier niet om het beroepsmatig functioneren als geestelijk begeleider maar om je eigen geestelijke diepte, je strijd, je groei, je beleving van je relatie met God en nog meer van Gods liefdevolle relatie met jou.

Dit is het fundament waarop het hele verdere bouwwerk staat.

Een geestelijk begeleider die zich zelf niet toelegt op een intens geestelijk leven kan - volgens deze visie - geen goede geestelijke begeleider van andere mensen zijn. Of anders gezegd: een mens die niet innerlijk vrij is, die niet zelf leeft vanuit gezonde geestelijke bronnen, kan ook een andere mens niet tot echt leven bevrijden. Zijn eigen leven en beleving werkt vaak veel krachtiger dan alle gesproken woorden.

2. VOORTGAANDE VORMING

Ook als het gaat om vorming, voortgaande vorming, gaat het niet allereerst om technische vaardigheden ( zoals luisteren, parafraseren, samenvatten, spiegelen, enz.) maar om een steeds dieper besef van wie je mag zijn als de respectvolle begeleider van de relatie tussen God en deze mens, die zich aan jou toevertrouwt, juist met betrekking tot het meest intieme, persoonlijke niveau van zijn bestaan. Het is daarom van groot belang

a - dat je je bewust blijft en beleeft dat het allereerst om een roeping gaat, om een charisma dat je ontvangen hebt. Het is veel meer een roeping dan een beroep.

Het is dienstbetoon van een bijzondere aard. Het mag zelfs - als ik bepaalde jezuïeten mag geloven - geen bron van bestaan zijn. In de praktijk blijkt dat ook wel: pastor is een erkend beroep (natuurlijk ook heel fundamenteel een roeping!), maar geestelijke begeleiding is tot nu toe meestal ook een heel slecht betaald bestaan.

b - het gaat om een dienstverlening waarvan je niet kunt zeggen: zo, dat heb ik te pakken. Ik ken mijn les of mijn vak. Alleen als je zelf bewust onderweg wilt blijven, wilt blijven groeien in zelfkennis en innerlijke vrijheid, alleen dan houd je die innerlijke openheid en spankracht om mensen met grote liefde, openheid en nederigheid tegemoet te blijven treden.

c - dit blijven groeien en je verdiepen betreft ook je blijven toeleggen op inzicht in de culturele, sociale, historische etc. context waarin je zelf leeft en waarin de mensen leven die zich aan jou toevertrouwen.

d - en als vierde punt noemen de genoemde Gedragsregels het bezig blijven met theologie, spiritualiteit en andere disciplines die gerelateerd zijn aan geestelijke begeleiding.

e - tenslotte wordt ook het belang van supervisie benadrukt. De bereidheid anderen mee te laten kijken naar jouw manier van doen in al zijn verschillende vormen.

Dit laatste punt kan een goede overgang zijn naar het derde thema:

3. OPLEIDING

Tot nu toe heb ik nog niet gesproken over een formele opleiding tot geestelijk begeleider. Zo’n opleiding is van groot belang, maar als de voorgaande zaken niet of te weinig aanwezig zijn bij een persoon, of zich niet voldoende ontwikkelen, dient een opleiding tenslotte een negatief advies te geven - hoe goed iemand ook is in zaken als psychologie, de theorie van spiritualiteit, de kennis van de grote geestelijke moeders en vaders, enz.

Het zal U niet verbazen dat er m.b.t. de opleiding voor of voorbereiding op geestelijke begeleiding verschillende scholen zijn.

Naast de para-universitaire opleidingen, zoals we die bij voorbeeld in Nederland kennen, bestaat er bij voorbeeld een anglicaanse school . Deze gaat er heel sterk van uit dat iemand al moet geconstateerd en ervaren hebben dat mensen haar/zijn begeleiding zoeken, dat men het als het ware al ‘in de vingers heeft’, voordat iemand in een proces van verdere toerusting opgenomen wordt.

Het moet al enigermate duidelijk zijn dat je het charisma ontvangen hebt.

Dáárop kan dan voortgebouwd worden door te helpen een goede achtergrond te krijgen, mensen toe te rusten om valkuilen (b.v. van overdracht en tegenoverdracht) te onderkennen, de grenzen tussen geestelijke begeleiding en bij voorbeeld psychotherapie te gaan zien.

En zo zijn er meer zaken die aandacht krijgen (zoals in iedere goede opleiding):

- de onderscheiding van de geesten met de mogelijkheden en belemmeringen

- het besef dat het ook in het geestelijk leven om een niet lineair groeiproces gaat

- het belang van een contemplatieve, luisterende levenshouding

- het verstaan van non-verbale signalen, van lichaamstaal, e.d.

- het omgaan met emoties, gevoelens, intuïties en m.n met angsten

Frans Maas heeft dit op zijn manier in maart al helder en beeldend uitgewerkt.

Deze zaken hier nog eens noemen lijkt me genoeg.

Maar terug naar de basis-voorwaarden:

Bij de opleiding in de Verenigde Staten, die ik zelf mocht volgen, werd vooraf een uitgebreide levensbeschrijving gevraagd. Het moest duidelijk zijn (bleek ons later), dat je al het een en ander had meegemaakt, dat je door een of meer serieuze crises was heengegaan, dat je leven geen ‘success story’ was, en zo meer, voordat je werd toegelaten. Een behoorlijke rijpheid, mildheid en voorzichtigheid in oordelen, een zekere kracht van overtuiging, e.d. waren - naast meer meetbare zaken - doorslaggevende toelatings-voorwaarden.

Kortom: een goede theoretische en praktische opleiding kan zeer waardevol zijn - en is dat waarschijnlijk voor de meeste geestelijk begeleiders ook - maar dient altijd op iets wat nog wezenlijker is voort te bouwen.

Ik zou het ook nog eens heel anders kunnen formuleren:

Een geestelijk begeleider dient zelf sterk geworteld te zijn in een levend geloof, hoe zoekend en verlangend dat ook is, en hij dient ook een speciale kijk op mensen te hebben. Hij dient een diep respect te hebben voor andere mensen, vertrouwen in de wezenlijke goedheid van ons mensen, geloof in de werking van Gods Geest in iedere mens van goede wil en ook een sensitiviteit voor die werking. Wat in de geestelijk begeleide gebeurt is wezenlijk het werk van die Geest. De begeleider mag als een vroedvrouw dit proces helpen plaatsvinden. Niet meer en niet minder. Dit is de eenvoud én de waardigheid van deze dienst aan een medemens. Dit alles dient (dus) steeds meer vlees en bloed te worden in een gefundeerde levenshouding.

4. LEVENSHOUDING

Ik zou hier m.n. drie elementen willen noemen:

1. EENVOUD, NEDERIGHEID

Geestelijke begeleiding is (dus) een heel nederig en liefdevol dienstwerk.

Het is zeker niet iedereen gegeven. En wie het gegeven is moet het als een schat in aarden vaas behoeden en verzorgen. Het is nooit spectaculair. Het is meestal werk in het verborgen. Het gaat meestal om een een-op-een situatie, soms in een groepje mensen. Maar het gaat nooit om grote aantallen, volle kerken, en dergelijke.

2. VERANTWOORDELIJKHEID

Het geldt natuurlijk niet alleen voor geestelijk begeleiders, maar voor hen geldt in ieder geval dat zij, vanuit een besef van verantwoordelijkheid dienen te hebben. Die dient zich te uiten in zaken als:

- goede zelfverzorging (b.v. op een verstandige en evenwichtige manier tijd nemen voor gebed, werk, ontspanning, familie en persoonlijke vrienden)

- zich bewust blijven van de moeilijkheden die uit meervoudige rollen of relaties kunnen voortvloeien, om zodoende helder en effectief te blijven

- zichzelf verre houden van elke situatie die de integriteit zou (kunnen) compromitteren. Het thema van sexueel of machts-misbruik in pastorale relaties is ons allen maar al te goed bekend.

- het besef van eigen grenzen: qua tijd en energie, qua deskundigheid en bevoegdheid (b.v. op het gebied van psychotherapie) - en dus de plicht tot doorverwijzen. Niet iemand ‘blijven vasthouden’ - wat niet hetzelfde is als iemand laten vallen!. Dit is in de praktijk vaak een moeilijk probleem, maar van groot belang om een mens werkelijk te helpen.

3. CONTEMPLATIEVE LEVENSHOUDING

Hiervoor kan ik vooral terug verwijzen naar de basis-vereisten voor de persoon van de geestelijk begeleider. Een waarachtige contemplatieve levenshouding bevordert het besef van het eigen geloofsproces en dat van de ander, verdiept het innerlijk aanvoelen van het transformatieproces dat plaats heeft, leidt geleidelijk aan tot het aanvaarden van de eigen kwetsbaarheid en beperktheden en tot de openheid voor de genade, die juist in zwakheid sterk wordt, en tot het vertrouwen dat je een instrument mag zijn en ook bént van Gods liefde voor andere mensen.

Als vijfde en laatste punt wil ik nog iets zeggen over specifieke rollen, welke een geestelijk begeleider kunnen toekomen.

5. SPECIFIEKE ROLLEN

Claudia Theinert heeft in het nummer van EN TOCH van juni 2009 geestelijk begeleiders omschreven als TOCHTGENOTEN, BRUGGENBOUWERS en GRENSGANGERS. Ik vind haar visie inspirerend en vat ze hier graag samen.

Het eerste, TOCHTGENOTEN, moge uit het voorgaande wel duidelijk zijn: niet als leider maar als tochtgenoot van die andere mens, in het diepe besef dat beiden door dezelfde leven-schenkende Geest geleid worden.Tochtgenoten, die meer dan op het eerste gezicht lijkt, elkáár helpen de weg, de goede geestelijke weg te vinden en te gaan. Ook al is de geestelijk begeleider iemand die geacht wordt vertrouwd te zijn met de geestelijke weg, toch weet hij het in wezen niet beter. Hij stimuleert de andere mens om moedig en met vertrouwen te luisteren en te kijken naar de tekenen van Gods aanwezigheid en leiding in zijn/haar leven - terwijl dat ook voor de begeleider een primair vereisteblijft.

Een geestelijk begeleider als GRENSGANGER ?

Het is ons allemaal bekend dat veel mensen moeite hebben met bepaalde tradities of met de institutionele kerk als zodanig, terwijl ze toch oprecht op een spirituele zoektocht zijn. Vaak hebben mensen hun vertrouwen verloren en kunnen ze niet meer vinden wat ze zoeken. Hier ervaart de geestelijk begeleider zich vaak als grensganger. Zelf behorend tot een religieuze traditie - als bedding en voeding voor zijn eigen geestelijk leven - ontmoet hij de zoekende, die het daar niet meer kan vinden. Dit is vaak een pijnlijke situatie, die ik als geestelijk begeleider méé ervaar. Ook lijden mensen er vaak aan dat er geen gehoor is voor hun ervaringen en vragen. Ze kunnen nergens praten over wat hen dieper beweegt en voelen zich niet begrepen en drijven zo ongewild af van de geloofsgemeenschap. In geestelijke begeleiding vinden deze mensen een ruimte van acceptatie en vertrouwen, waarin ze woorden vinden voor wat hen beweegt of pijn doet. De geestelijk begeleider, die niemand wil ‘bekeren’, moet in staat zijn samen met de begeleide op die grens te lopen en de spanning uit te houden en de begeleide te helpen weer contact te maken met de diepere werkelijkheid die hem ondanks alles draagt.

En tenslotte: BRUGGENBOUWER ?

Elk geestelijk leven heeft een bedding nodig in een religieuze traditie. We hebben - hoe dan ook - een geloofsgemeenschap nodig die ons draagt, steunt en voedt. We hebben vormen van liturgie, riten, symboliek en woorden nodig als een ruimte voor ontmoeting met de Levende. God staat nooit los van zulke traditie. “God is niet los verkrijgbaar”. Als geestelijk begeleiders worden we uitgenodigd deze spanning uit te houden en de begeleide te helpen zijn eigen religieuze bedding te vinden of terug te vinden. Niet de brug die wij bedenken, maar de brug die voor de begeleide bestemd is: zijn weg naar waarachtige vrijheid en volop leven.

TER AFRONDING EN SAMENVATTING

In vijf punten heb ik geprobeerd enkele belangrijke elementen van de spiritualiteit van de geestelijk begeleider aan te duiden:

- het fundamentele belang van het eigen spirituele leven

- het eigen karakter van de gewenste voortgaande vorming

- opleidings-wegen vanuit verschillende perspectieven

- nederigheid, verantwoordelijkheid en contemplatie als karakteristieke elementen van de levenshouding

- de specifieke rollen als grensganger en bruggenbouwer, naast die van tochtgenoot.

Ik hoop dat op deze manier vooral het spirituele profiel van een geestelijk begeleider verduidelijkt is.

Tenslotte verwijs ik voor goede literatuur naar de lijst op het einde van de tekst van Frans Maas.

Ik dank U allen voor Uw aandacht.

Drs. Johan Muijtjens f.i.c.

P.S.

De website van GAANDEWEG, Vereniging van Geestelijk Begeleiders in België en Nederland, is: www.gaandeweg.org

U vindt hier naast beschikbare mensen ook allerlei zakelijke en achtergrondinformatie.

    Plaats reactie

    Gerelateerde items

    Free business joomla templates