U bevindt zich hier: HomeInleidingen

Leven uit de bron, door Loes Marijnissen

Het thema van deze morgen is: Leven uit de Bron.
N.a.v. het boek dat ik geschreven heb: ‘Vanuit het binnenste van de ziel’ vroeg Jan Langelaan mij om daar iets over te vertellen. En omdat de VPW landelijk met het thema ‘Geestelijk leiderschap’ bezig is, zal ik proberen mijn verhaal daar enigszins op toe te spitsen. Straks gaan we ook zelf even aan het werk, maar ik zal eerst een opstap geven.

In een verslag van het V.P.W. blad lees ik dat Jos Oostrik geestelijke begeleiding verwoordt als: open staan voor het geheim in alles. Open staan voor het geheim in mensen en proberen dat geheim op te laten lichten.

In die zin is alles wat je als pastor doet: geestelijke begeleiding. Ik wil daarbij zelf vooral op één aspekt ingaan — dat van het gaan van een geestelijke of een spirituele weg. Ik bedoel daarmee: hoe kan spiritualiteit voelbaar aanwezig zijn je leven? Kun je daarin verder komen? En hoe kun je de ander daarin begeleiden? Daarbij wil ik aansluiten bij de wijsheid die in de mystiek aanwezig is, en bij HET BELANG VAN STILTE EN INKEER.

Toen ik theologie studeerde, heeft het boekje van Han Fortmann: ‘Oosterse Renaissance” veel invloed op mij gehad. FORTMANN, godsdienstpsycholoog in Nijmegen, was in de zestiger jaren een van de eersten die kritisch naar onze kultuur keek. Hij zei dat onze kultuur zo op nut en prestatie is gericht dat wij een diepere Dimensie die er ook is, niet meer ervaren. Er is een diepere Dimensie, maar wij ervaren die bijna niet meer.
Fortmann wees op het belang van meditatie, en vooral van oosterse meditatie, om weer tot een onbevangen waarnemen te komen. Hij noemt ook de mystiek, de mystici uit de christelijke traditie, die wél weet hadden van de ervaring, maar die door ons niet meer gekend worden.

Dat sluit aan bij ons thema van deze morgen: als pastor, als gelovige, als iemand die op zoek is, verlang je ernaar om in je leven iets van diepte te ervaren, iets van een bron van leven.
Iets wat het hart is van onze spiritualiteit.
We verlangen ernaar om iets te ervaren van de Bron.

Hoe kun je daar dichterbij komen? En hoe kun je daaruit leven? Kun je daarin ook groeien? Kun je een weg gaan?

Dat is eigenlijk precies waar het in de mystiek over gaat.

In de mystiek gaat het om de ervaring van iets Groters, van een uiteindelijk Geheim, dat alle begrippen en beelden te boven gaat. De mystici gebruiken daar woorden voor als: een Bron van leven en liefde. Of: de Grond van het bestaan, de Grond van mijn grond. Iets dat alles omvat en alle leven draagt, en als je dat ervaart, geeft het verbinding en liefde, compassie.

De middeleeuwse mysticus ECKEHART zou zeggen: God in het zijn, God als de diepste Grond van alle zijn, en ook van je zelf.

Wat Eckehart dus eigenlijk zegt, en wat ook de andere mystici uit de middeleeuwen zeggen, is dat God niet alleen buiten je is, maar ook in je.

Dat sluit aan bij wat veel mensen nu ervaren en vermoeden en naar op zoek zijn, en ook bij de definitie die we eerder gaven van geestelijke begeleiding: open staan voor het geheim in mensen. En ik zou eraan toe willen voegen: ook in je zelf
Voor Eckehart gaat het er zelfs om dat je vanuit een innerlijke verbondenheid daarmee leeft, vanuit het binnenste van je ziel.

De mystici gaan ervan uit dat je ziel rechtstreeks door God geraakt kan worden. Het woord van God komt niet alleen van buitenaf, maar God spreekt ook in de ziel. Je kunt je rechtstreeks door God geraakt voelen in het diepste van je ziel.

De eerste tekst op jullie papier gaat daarover:

God komt niet eerst van buiten in de mens binnen,
hij is wezenlijk daarin.

Er is ook in je zelf een voeling met God. We komen daar straks nog op terug. Maar ik wil bij deze tekst eerst nog even een kanttekening maken.

Wij beginnen natuurlijk meestal met wat van buitenaf komt. Als je een preek maakt, dan ga je uit van een tekst van het evangelie, van de bijbel, en dan probeer je de woorden te proeven en toe te passen op het gewone leven. Dat geeft een oriëntatie, dat zet je op een weg.
Het evangelie kan voor mensen een uitgangspunt zijn van bezinning en meditatie. Een voorbeeld daarvan is een projekt voor jongeren van kardinaal MARTINI. Wij zagen daar in de vakantie een uitzending over bij het programma van de K.R.O. over geestelijke leiders.

Martini richt zich tot jongeren die zich afvragen wat de wil van God is in hun leven. Hij biedt daarvoor een projekt aan, waarbij de jongeren persoonlijk begeleid worden en soms ook samenkomen. Hij vraagt jongeren ook om de bijbel te lezen — gedurende het projekt een half uur per dag — en op zoek te gaan naar een passage, waarin ze zichzélf herkennen. Dat zou je dus een soort meditatie kunnen noemen. Het gaat er daarbij om dat de jongeren de teksten toepassen op hun eigen leven; het heeft dus ook met een levenshouding te maken.

De kracht van het projekt vind ik zelf, dat jongeren een ruimte wordt geboden waarbinnen ze zelf tot hun eigen persoonlijke antwoord kunnen komen. Er is ook een dagelijkse toeleg, met een toepassing op het gewone leven. Dat geeft een duidelijke verdieping: je bent bezig met de vraag: wat wil God van me? En je past de teksten toe op je dagelijkse leven.

De woorden blijven dan niet alleen buiten, maar komen ook binnen.

Als het om mij zelf gaat, moet ik zeggen dat ik toen ik een jaar of 17, 18 was en er een religieus en spiritueel zoeken in mij kwam, ook heb geprobeerd om de bijbel te lezen. Ik kwam wel bij bepaalde teksten uit, die belangrijk voor mij waren en ook zijn gebleven. Maar ik vond het heel moeilijk om uit de bijbel te mediteren. We moeten toch ook niet onderschatten dat de bijbel een boek is van 2000 jaar oud en niet altijd gemakkelijk toegankelijks is.
Een paar jaar later kwam ik het geestelijk dagboek van DAG HAMMARSKJÖLD tegen: Merkstenen, en daaruit kon ik wel mediteren.

Daarnaast stonden er in het evangelie teksten die mij wel heel erg aanspraken, zoals: ‘Zalig de zuiveren van hart’, een tekst die ook door Fortmann aangehaald wordt, maar waarvan ik me afvroeg: Hoe kan ik daar ooit komen?

Op die zoektocht ben ik de mystiek gaan lezen.
En me gaan verdiepen in de weg die de mystiek wijst, de weg van contemplatie, van stilte en inkeer.

We zullen proberen even samen naar die weg te kijken en dat doen we aan de hand van een paar teksten. Misschien kunnen we proberen die teksten meditatief te lezen, in de christelijke traditie wil dat zeggen dat je de woorden probeert te proéven.

De eerste tekst hebben we al gehoord: God komt niet eerst van buiten in de mens binnen, hij is wezenlijk daarin. Hij is ook in mij....

Daarvan zegt Eckehart verder:

Er is iets in de ziel dat geheel ontvankelijk is voor God,
ik ben daarvan zo zeker als ik leef.

Er is iets in de ziel dat geheel ontvankelijk is (je kunt b.v. ook zeggen: open, luisterend, ...) Er is iets in mijn ziel waar ik open en ontvankelijk ben voor de diepere Grond in alles.

Eigenlijk, zegt Eckehart, is die er altijd, God is er altijd, maar wij weten het niet altijd, of wij voelen het niet altijd. Het is als met de zon, zegt hij, die schijnt altijd, maar vaak zitten er wolken voor. Maar die diepere Grond is er altijd en er gaat ook een werking van uit. Daarover gaat de volgende tekst:

In de ziel is en werkt onafgebroken goddelijk licht,
hoewel de ziel dat niet weet, omdat zij niet thuis is.

Deze uitspraak lijkt op een zin van Augustinus: hoe meer je thuis bent in je ziel, hoe meer je thuis bent bij God.

Maar de ziel is niet altijd thuis.. . Wanneer is je ziel nou wél thuis?

Dat heeft te maken met een thuis komen bij je zelf. Je kunt wel steeds dóór doen, maar dan kom je niet thuis bij je zelf. Thuis komen bij je zelf heeft te maken met luisteren naar je zelf, zien wat er in je zelf is, misschien ook aan verdriet, en het luisterend en stil laten worden. Als je dat doet, zegt Eckehart, als je het LEEG EN STIL laat worden, dan krijg je voeling met God, met het Grotere, en dan gééft God je iets.

Wat is het dan dat God geeft? God geeft licht aan de ziel, zegt Eckehart, en goede raad. Dat is niet zo ver weg als dat het lijkt. Als je zelf nog steeds aan het nadenken ben over iets en aan het tobben, dan kom je er niet uit. En nu wordt het stil, en ineens is er dat inzicht of die bewustwording. Of aanvaarding, of vrede.

JOHANNES VAN HET KRUIS, de spaanse mysticus uit de 16e eeuw, zegt dat je als je in de diepte komt en als het verstilt, dat God wijsheid geeft en liefde. Er is een één-zijn, voorbij het rationele denken, in de diepere lagen van je ziel, en daaruit komt compassie voort.

Om daar te komen moet je wel een weg gaan. Dat is de weg van contemplatie. Het is een weg van verstilling, om voorbij alle woorden en beelden in je eigen diepte iets van God te ervaren. Het gaat dan om verbinding, om een verdiept bewustzijn, een eenheidsbewustzijn, en het mededogen dat daaruit voortvloeit. God gééft iets; vanuit het innerlijke kontakt met de Bron in je zelf komt iets in je dóór.

Om daar te komen, laat de contemplatie de woorden áchter zich,
sommige mystici zien het mediteren met woorden als een voorbereiding daarvan, en andere mystici zeggen dat je maar gewoon moet gaan zitten en zwijgen, die gaan rechtstreeks naar de contemplatie.

Contemplatie en meditatie zijn dus in de christelijke traditie niet precies hetzelfde, hoewel het een wel op het ander kan volgen. Je zou contemplatie ook stilte-meditatie kunnen noemen.

Ik wil met jullie nog even doorgaan naar de volgende tekst. Daar staat hetzelfde en dan misschien in wat meer eigentijdse woorden van ETTY HILLESUM. Het is een tekst die jullie waarschijnlijk kennen:

Binnen in me zit een diepe put. En daarin zit God. Soms kan ik erbij. Maar vaker liggen er stenen en gruis voor die put, dan is God begraven. Dan moet hij weer opgegraven worden.
Ik stel me voor dat er mensen zijn die bidden met hun ogen naar de hemel geheven. Die zoeken God buiten zich. Er zijn er ook die hun hoofd buigen en in de handen verbergen, ik denk dat die God binnen in zich zoeken.

Binnen in me zit een diepe put — hier staat dat je God op moet graven, je moet afdalen in je zelf. En dan kun je stenen en gruis tegenkomen.
Om af te dalen vraagt om STILTE EN INKEER.

Het kan daarbij helpen om een vorm van stilte-meditatie als hulp te nemen, b.v. de zen-meditatie. De zen-meditatie is een stilte-meditatie en ligt vanuit de christelijke traditie gezien dichter bij de contemplatie dan bij de meditatie (hoewel we die woorden tegenwoordig natuurlijk door elkaar gebruiken).

Zen-meditatie is een oefening om door al die laagjes in je zelf héén te gaan, naar de bron..., om het redenerende denken tot rust te laten komen en te zien wat er in je zelf is. Als er een aanvaardend kijken in je zelf is, dan krijgen die dingen een plekje, en dan kom je daar nog ónder. Het stroomt weer, het is weer open.

Stilte-meditatie is dus eigenlijk een dagelijkse toeleg om je af te stemmen op de Bron en je bewust te worden van wat je in de weg zit.

Misschien dat het tot nu toe nogal individualistisch lijkt, en het gaat ook om een persoon1ijke weg, maar tegelijk kan er een vonkje ontstaan en kun je ook geraakt worden door dingen om je heen, die je ook delen kunt, zodat je ook als gemeenschap iets op kunt pakken. In de meditatie gaat het om eenzelfde soort geest als in het evangelie. Daar komt een levenshouding uit voort, die in zekere zin tegen de stroom ingaat: een houding van dienstbaarheid, van je ik dat niet het belangrijkste is, ook al mag het er wel zijn, van vrede brengen, van vergeving, compassie. Ook al zijn dat allemaal dingen waarvan je niet kunt zeggen: het moet..., maar dingen die van binnenuit kunnen openbloeien. Ook door de goedheid die je krijgt en die we elkaar geven. Wat je met de meditatie doet is dat je ook telkens naar de Bron van liefde gaat. Het kontact met de Bron heeft aandacht nodig en stilte. Dan kan er ook iets van een omvormingsproces zijn.

Hoe maak je het nu stil en ontvankelijk in je? Kunnen we dat ook inpassen in ons gewone leven? En toepassen in de geestelijke begeleiding?

Als we zelf willen verstillen, hoe doen we dat dan? Misschien is er een verlangen in je daar naar, en het is belangrijk om daar naar te luisteren — hoe kun je ruimte maken voor stilte? Etty Hillesum spreekt ook ergens over meditatie — als een in zich zelf luisteren — maar ze zegt daarbij dat zo’n stille Stunde wel geleerd moet worden.

Het is natuurlijk altijd heel goed als je eens een paar dagen naar een klooster gaat. Of een dag gaat wandelen. Je kunt jezelf ook eens in de zoveel tijd een vrije dag geven, een stilte-dag. In je gewone dagelijkse leven kun je ook een soort afspraak met je zelf maken— misschien doen sommigen van jullie dat al wel . Je kunt een kwartier of een halfuur voor je zelf nemen en dan beginnen met een bijbeltekst of een stukje uit een boek of een mystieke tekst en daarna laatje het wat verstillen. Vanouds loopt de meditatie, de lectio divina, uit op stilte, net als het bidden.

Als je je daartoe aangetrokken voelt, dan kun je ook een paar hulpmiddelen uit de zen-meditatie gebruiken, wat ook in veel kloosters gebeurt. Je maakt dan een stil hoekje voor je zelf en dan ga je een minuut of 20 op een bankje of een kussen zitten. De gedachten die in je naar boven komen, laat je ook weer gaan. Dat vraagt zeker in het begin veel discipline, want je komt ook veel onrust in je zelf tegen. Pas geleidelijk komt er meer rust en kun je meer afdalen in je zelf. Deze vorm van meditatie is eigenlijk heel lijfelijk: je merkt soms b.v. dat je met je schouders omhoog zit — dan zit er nog spanning in je en zit je te veel in je hoofd. Als je meer zakt in je lichaam dan kom je meer je gevoel tegen. Dat kan boosheid zijn, of verdriet, of leegte misschien.. .. Als het er mag zijn, dan krijgt het een plek en dan kom je in een diepere Ruimte — en daar wordt iets gegeven. Als je vertrouwd bent met deze manier van stilte- meditatie dan kun je b.v. als het moeilijk is toch naar binnen gaan en kun je onderscheiden wat er in je zelf speelt of waar je in geraakt bent en kun je je daar doorhéén afstemmen op een diepere wijsheid. In de praktijk hebben veel mensen via de zen weer opnieuw gezocht naar de christelijke wortels en zijn ze bij de contemplatie gekomen. Die twee dingen sluiten dan bij elkaar aan. Vaak ook komen mensen van daaruit tot een nieuw verstaan van het evangelie.

Binnen de katholieke kerk wordt ook een tweede contemplatiemethode gebruikt die eveneens aansluit bij een oosterse methode, maar die uitdrukkelijk christelijke meditatie wordt genoemd. De grondlegger ervan is de benedictijn JOHN MAIN, die het hindoeïsme en de benedictijnse spiritualiteit met elkaar verbindt, later voortgezet door LAURENCE FREEMAN. Bij de meditatie zit je net als bij de zenmeditatie op een bankje of een kussen —je gebruikt een woord uit het evangelie als een soort mantra — en dat leidt tot een meditatieve stilte voorbij aan de woorden en beelden. Freeman noemt dat een gebed van het hart. Mensen die dat doen zeggen dat het evangelie niet meer buiten hen staat, maar dat ze het ervaren. Het wordt ook als een brug gezien tussen intellectuelen en de kerkgemeenschap, een brug met niet- gelovigen of niet traditioneel gelovigen.

Zulke vormen van meditatie en contemplatie kun je natuurlijk ook samen beoefenen met mensen uit parochies die daar belangstelling voor hebben. Of met jongeren die wel eens in Taizé geweest zijn, waar ze ook op een bankje of een kussen zitten.

Stilte-meditatie vertegenwoordigt het meer monastieke in de kerk, en daar kan zeker een werking van uitgaan.

Het is in ieder geval belangrijk om genoeg bij de stilte te komen en vanuit je wezen open te staan voor het Geheim in alles en in je zelf Dat heeft op verschillende manieren een doorwerking:

Zo kunnen mensen het voelen als je vanuit de stilte bidt, en dan vind je misschien ook andere woorden.

Of als je in gesprek bent met mensen is het voelbaar of er iets van een eigen ervaren is in je. In de geestelijke begeleiding kom je natuurlijk veel verschillende belevingen van mensen tegen. In je eigen geloofsgemeenschap zit je misschien al met meer talen — voor een aantal mensen is het godsbeeld aan het verschuiven, zeker aan de rand van de kerk. Om bruggen te kunnen slaan is het belangrijk dat je zelf vanuit de diepte leeft, dat het luisterend in je is.

Verder vraagt het om aan mensen van nu een perspectief te geven om een eigen vertrouwdheid met een diepere ervaring en tegelijk een grote betrokkenheid op onze tijd en op mensen.

Waar het om gaat is dat wij een barmhartige levensstijl ontwikkelen en daarvoor is het belangrijk om je steeds weer te verbinden met je zelf en met de Bron. De kerk is eigenlijk een bevoorrechte plek, waar het leed van de hele wereld een plek krijgt. Het is belangrijk dat je je als pastor ook genoeg met je eigen levensverhaal verbindt en daar ruimte voor maakt, en om je telkens weer door alles heen, te verbinden met de Bron.

Loes Marijnissen

    Plaats reactie

    Free business joomla templates