U bevindt zich hier: HomeLiteratuur

Worden wat God is. Boekbespreking door Jos van Genugten

wordenwatgodisIn hem bewegen we, leven we, zijn we” is de uitspraak die het meeste voorkomt in het nieuwste boek van Andre Zegveld

met de titel ‘ worden wat God is’. Dit boek is voor pastores bestemd. Het kiest reeds in het inleidende hoofdstuk een radicaal uitgangspunt: de pastor is er om anderen in te leiden in het Geheim van God.

 

Dat betekent twee vragen: hoe gaat de pastor zelf met het geheim om? (spiritualiteit) En hoe leidt hij anderen in het geheim in? (mystagogie). Deze keuze betekent dat er in het boek niet veel te vinden is over een groot aantal zaken waarmee de agenda van een pastor meestal gevuld is nl. besturen, groepswerk, voorgaan in vieringen, organiseren, gebouwen en financiën. Maar het is een helder uitgangspunt en een helder focus waarmee de auteur kijkt naar pastor- zijn in deze tijd. Deze keuze verdient nader onderzoek en waardering.

 

Spiritualiteit en mystagogie dus. Beide begrippen vereisen een omschrijving.

Spiritualiteit is ‘ de volgehouden en methodische toeleg om heel je leven vanuit God te laten plaatsvinden, zodat het is alsof het God zelf is die leeft in alles van jou’. Afstemmen op God dus in alle facetten van je leven of het nu om je werk gaat, je relaties, je afkomst, je inkomen, je hobby’s. En dat heen en weer, en telkens opnieuw. Spiritualiteit heeft dan ook te maken met onthullen en afpellen. In onze traditie hebben we van alles meegekregen: dogma’s, liturgieën, moeilijke woorden, symbolen en rituelen, mijters en kazuifels. Is God nog wel zichtbaar of hoorbaar aanwezig in alles wat de geschiedenis ons gebracht heeft? Maar het woord ‘ God’ is en blijft het hoogste woord. Het heeft te maken met wat er werkelijk toe doet, gewoon in het alledaagse leven van mensen, het grote maar ook het kleine. ‘ God’ gaat over wat niet gezegd kan worden, een geheim voorbij woord en beeld, daarom heeft geloven in God van doen met onthullen, en loslaten van wat ooit in woord en beeld is vastgelegd.

In ogen van de auteur is de pastor op de eerste plaats een mystagoog, iemand die anderen kan binnenleiden in de ‘myste’, het Geheim dat ze zelf zijn. Mystagogie zoekt niet in de uiterlijkheid van tijd, ruimte, gedrag, woordgebruik, omstandigheden, maar in de innerlijkheid: in de inwendigheid van het gevoel en in de beleving van het hart. Mystagogisch pastoraat is er niet ‘ om anderen op de hoogte te brengen van allerlei moeilijke gedachten over God middels uiteenlopende vormen van informatie, maar om mensen te helpen de relatie te onthullen tussen het geheim dat ze zelf zijn en het geheim dat God is’. Het wil de oorspronkelijke bedoeling en bestemming van een mens aan het licht brengen. Dat is het dienstwerk, dat pastoraat heet. Het selecteert niet tevoren uit waar God in mensen werkzaam is: in de liturgie, in het gebed, in het lezen van de bijbel. Als ‘ in hem bewegen we, zijn we, leven we’ uitgangspunt is, kan dat ook zichtbaar worden tijdens de afwas of bij het uitlaten van de hond.

Wat betekent dit bijv. voor het spreken en preken van de pastor over God? Het is een aansporing tot bescheidenheid met betrekking tot alles wat hij/zij over God te berde kan brengen. Hij is altijd groter, kleiner, anders, rijker, sterker dan wat wij denken en verbeelden kunnen. Morgen kan ons woord of ons beeld anders zijn en niet meer passen. Dat vraagt een houding van ‘onverschilligheid’ in de goede zin van het woord. Niet: links laten liggen of verwaarlozen, maar telkens opnieuw loslaten , niet hechten aan de vorm. Het gaat erom als pastor belangeloos te leven. Dat is zonder bijbedoelingen, zonder egoïsme, zonder hebzucht, maar met een zuiver haart naar alles omzien. Dan is pastoraat durven verliezen. Leven en werken zoals de rijke jongeling tot wie Jezus zegt: als je het Koninkrijk wilt binnengaan, verkoop alles wat je hebt en kom dan terug.

 

Wat betekent mystagogisch pastoraat voor de pastor zelf?

Op de eerste plaats een vrolijk en onbekommerd omgaan met programma’s en getallen. Het zijn niet de programma’s en de getallen die zeggen hoe pastoraat ervoor staat. Niet de kwantiteit, maar de kwaliteit telt. Slinkende kwantiteit kan verlammend werken. Maar het gaat erom of je als pastor in staat bent mensen te helpen zich ervan bewust te worden hoe God of Gods geest zich in hen beweegt en hoe vanuit deze ‘inwoning’ (Paulus) hun hele leven kan worden omgevormd. Dat proces of die relatie laat zich niet in getallen uitdrukken.

Op de tweede plaats betekent dit gebed: woordloos of met nieuwe, eigen woorden of met oude of geleende woorden. Hier is het persoonlijke gebed bedoeld, niet het functionele bidden als voorganger. Bidden is tijdverlies, niets doen, stil zijn, niets presteren, zo lijkt het. Maar bidden is luisteren naar binnen, naar de signalen van je lichaam, naar je gevoelsbewegingen, naar je gedachten en ideeën, naar wat je intuïtie je ingeeft. En luisteren naar buiten: de natuur, de mensen om je heen, de samenleving. Bidden om in het grote zwijgen om je heen opnieuw te kunnen zeggen: U riep mij. Hier ben ik!

Op de derde plaats betekent dit lezen van de Schrift. Dat is weten dat het niet allemaal uit jezelf hoeft te komen. Het is putten uit een bron die groter is dan jezelf. Bij het lezen van de Schrift leg je je ziel als het ware over het boek heen en omgekeerd. Het papier wordt doorzichtig: niet ik leef maar het verhaal van dit boek leeft in mij. Dat vraagt tijd. Die heb je nodig voor het eigen omvormingsproces.

Onbekommerd leven, persoonlijk gebed en lezen van de Schrift helpen pastores om ‘beheerder of behoeder’ te worden van Gods geheim in mensen.

In dit goed en integer, soms meditatief geschreven boek worden de uitgangspunten zoals die in de eerste alinea hierboven beschreven zijn, ook op andere gebieden toegepast bv het priesterschap, de eucharistie, de taak van de kerk, haar taalgebruik, het menselijk lichaam, vrede en verzoening. De omvang van deze bespreking staat niet toe alle thema’s verder uit te werken.

Tot besluit: Dit boek van André Zegveld (1944), zowel benedictijner monnik (in het verleden maar nog steeds van binnen volgens mij) als pastor, is een boeiend boek over de kern van het werk van een pastor: mensen helpen Gods geheim in henzelf te onthullen. Dat er bij de pastorale arbeid meer komt kijken, weet de auteur zelf ook wel. Hij wil ons er echter voor behoeden dat de kern van het werk zichtbaar wordt en blijft, en niet verstopt raakt onder organisatie, structuren en gestolde vormgeving. Het boek is een prima ondergrond voor pastores die zich willen bekwamen in geestelijke begeleiding en spiritueel leiderschap.

Om met een citaat te eindigen: ‘Probeer God in alles te zien, dan hoef je je ogen nergens vanaf te houden’.

Boekbespreking door Jos van Genugten

 

Lannoo 2009 ISBN 978 90 209 8269 5


    Plaats reactie

    To view the book, you need the latest Flash player.

    Gerelateerde items

    Free business joomla templates