Lidmaatschap VPW Nederland voor priester en diaken verboden?
Priesters en diakens – clerici - hebben net als ‘gewone mensen’ het recht zich in verenigingen aaneen te sluiten. Het lidmaatschap van politieke partijen en van vakbonden van clerici is echter uit den boze. Hoe staat het dan met het lidmaatschap van de VPW Nederland?
Taboe
Op grond van de instroom zou je inderdaad gaan denken dat priesters en diakens geen lid mogen zijn van de VPW Nederland, op grond van de instroom: pas aangetreden priesters en diakens worden geen lid. Dat is al jaren zo. Mag je dan vermoeden dat hier een collectieve afspraak aan ten grondslag ligt? Het lijkt eerder een soort taboe, zo vertellen ons insiders desgevraagd: lidmaatschap wordt niet expliciet van hogerhand verboden, maar ‘je doet het gewoon niet’. Alsof het in de lucht hangt, het belang ervan helemaal niet leeft of beseft wordt, ook in de wetenschap dat bij meerdere bisschoppen de VPW gevoelig ligt.
Er is een klimaat ontstaan waarin het lidmaatschap van de VPW wordt ontmoedigd.
Klerikale verenigingen
Het is voor clerici toegestaan om verenigingen op te richten, waarvan alleen clerici lid kunnen zijn. De codex heeft het dan over de zogeheten klerikale verenigingen. Als dat maar niet leidt tot verdeeldheid in de eigen gelederen. Of als dat maar niet tot gevolg dat clerici zich aan het gezag van de bisschop gaan onttrekken. Want dan begint de vereniging trekken van een vakbond te vertonen, en dan moet de codex er niets van hebben.
Verboden
Dat laat de Verklaring van de Congregatie van de Clerus van 8 maart 1982 duidelijk weten: het lidmaatschap van politieke partijen en van vakbonden van clerici is uitdrukkelijk verboden. Een samenvatting van deze Verklaring is daarna terecht gekomen in canon 278 (CIC 1983). In het algemeen verbiedt de Verklaring aan clerici het lidmaatschap van verenigingen die de hiërarchische gemeenschap belemmeren of die schade kunnen aanrichten aan de identiteit en vervulling van de priesterlijke taken. Dat is inderdaad wel erg algemeen geformuleerd. Achteraf gezien vond “Rome’ het destijds nodig een dergelijke Verklaring te publiceren. Het was in de jaren dat de priester Ernesto Cardenal in Nicaragua minister werd, dat in Polen een vakbond van priesters een politieke rol van betekenis speelde, dat in Nederland de VPW-en werden opgericht als een collegiaal verband van clerici en pastoraal werk(st)ers. Er moest olie op het vuur gegooid.
Profanisering
Waar zit dan de eigenlijke vrees van de kerkelijke overheid, vraag je je dan af? Immers, priesters en diakens zijn - als ieder ander - burger van een land, genieten de rechten en plichten van een burger, inclusief de rechten om zich te verenigen, inclusief – zou je zeggen - het recht om de eigen belangen te behartigen of zich samen in te spannen voor de professionalisering van de pastorale arbeid. Iets verderop wordt de Verklaring helderder. Verenigingen die diakens of priesters bijeen willen brengen in de vorm van een vakbond (syndicatus), die hun gewijde bediening (ministerium sacrum) feitelijk tot enig beroep (professio) of ambacht (artificium) reduceren, die verenigingen vormen verboden terrein. Daar schuilt dus het gevaar: het lidmaatschap zou het werk van de priester vergelijkbaar maken met ieder ander soort werk, en daarmee het gewijde karakter teniet doen. Men is bevreesd voor de profanisering en dientengevolge ontheiliging van de priesterlijke arbeid. En, dat komt er nog bij, het zou de verhouding tussen clerici en de bisschop vergelijkbaar maken met die tussen een werknemer en een werkgever. En dat tast nu juist niet het alleen het specifieke karakter van de bediening aan maar ook de eigen aard van de hiërarchische gemeenschap van de clerici met de bisschop. Kortom, het kan niet. En als de clericus het in zijn hoofd haalt wel een lidmaatschap aan te gaan, kan hij worden gestraft. Een vergelijkbare discussie speelt zich al enige jaren af onder de predikanten, waar het ‘vrije ondernemerschap’ zich wel zou verbinden met het sacrale karakter van de ambtsbediening en de positionering als werknemer niet. Deze stellingname is met name op grond van het ‘tegenover’ niet bij voorbaat onzinnig, maar er zijn toch wel enige vragen bij te stellen.
En de VPW dan?
Vanaf zijn ontstaan is de VPW Nederland zowel een beroepsorganisatie als een belangenorganisatie. De leden hebben zich historisch gezien primair verzameld op het thema ‘beroep’. Hoeksteen is de eigen verantwoordelijkheid voor de beroepsuitoefening: ieder heeft een persoonlijke verantwoordelijkheid op zich genomen. Deze uit zich onder meer in het regie nemen inzake de eigen professionaliteit: zorg voor de spiritualiteit, vakkennis en vaardigheden, vorming en scholing, collegiaal beraad en collegiale toetsing. Op basis daarvan voert de VPW Nederland projecten uit op het terrein van de beroepsontwikkeling (professionaliseringsonderzoek, beroepsprofiel parochiepastor, Beroepscode, geestelijk leiderschap).
Belangen
De leden hebben zich ook verzameld op het terrein van de belangen. De VPW staat al zijn leden – priesters, diakens en pastoraal werk(st)ers – bij met informatie, advies, begeleiding en juridische ondersteuning. Wat de zorg voor de primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden betreft lopen de groepen uiteen. De VPW vervult een sleutelrol in het arbeidsvoorwaardenoverleg van de pastoraal werk(st)ers, terwijl de priesters en diakens onder de leden voor hun arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden zijn aangewezen op de diocesane priesterraad als het canoniek geregelde orgaan van overleg met de bisschop. De VPW kan hier wel een ondersteunende rol vervullen, maar zij zit niet aan tafel.
Op grond van het voorgaande is de conclusie – getrokken in de bestuursvergadering van 22 april 2010 – helder: de VPW Nederland is niet aan te merken als een vakbond van clerici. Zij is trouwens niet enkel een vakbond, en ook niet een vakbond in strikte zin. Leidt het feit dat clerici lid zijn tot verdeeldheid onder de clerici? Het gaat te ver om te zeggen dat daar helemaal niets van waar is. Maar was de polarisatie al niet in de zestiger jaren ingezet, en was de keuze voor het VPW-lidmaatschap in de tachtiger jaren niet een uiting van een reeds bestaande verdeeldheid? En de VPW heeft altijd de collegialiteit van alle clerici in zijn vaandel gehad. Wel is duidelijk dat het lidmaatschap van clerici niet op gespannen voet staat met de loyaliteit aan de bisschop. En zeker is duidelijk dat het lidmaatschap de gewijde bediening niet reduceert tot een professio of een louter beroep, of de clerici maakt tot werknemers. Want dat gebeurt ook niet voor de pastoraal werk(st)ers onder de leden. De VPW Nederland streeft zowel voor clerici als voor de pastoraal werk(st)ers naar de professionalisering van de pastorale arbeid. En daarin zijn professionaliteit en spiritualiteit onlosmakelijk met elkaar verbonden. Leggen we de ‘doelen ‘er langs zoals geformuleerd in de statuten van de VPW, dan zijn deze gemeenschappelijk voor alle leden. En waar de VPW zich bevoegd verklaart te onderhandelen over arbeidsvoorwaarden en collectieve arbeidsovereenkomsten af te sluiten voor de pastoraal werk(st)ers, heeft zij die bevoegdheid voor clerici niet. Kortom: priesters en diakens kunnen zonder bezwaar lid zijn van de VPW Nederland.
Bron VPWinfo juni 2010, auteur Nico Bulter