UITGEDAAGD TOT VERANDERING
Op 2 april 2009 kwamen 21 pastorale beroepskrachten in Den Bosch bij elkaar om zich te beraden op de toekomst. Het werd een bijzondere middag.
Context
De pastores kwamen bij elkaar in een zich veranderend pastoraal landschap. De katholieke kerk is een krimpende organisatie met gezagsverlies, ook in het ‘volkskerkelijke’ Noord-Brabant. Nog steeds doet de polarisatie zich in katholiek Nederland gelden. Zo wordt het pastorescorps in het bisdom ’s-Hertogenbosch sterk gekenmerkt door een diversiteit van verschillende stromingen: uiterst conservatief, dan wel redelijk behoudsgezind tot een middenkoers varend, dan wel vernieuwingsgezind. De diversiteit heeft het er niet gemakkelijker op gemaakt om als collega’s met elkaar op te trekken. Daarnaast heeft de bisdomleiding besloten om in de komende jaren grote ‘nieuwe’ parochies in te richten en deze te voorzien van pastorale teams. Waar pastores gewend waren op eenmansposten te werken, worden zij opgeroepen tot een verandering van de arbeidscultuur, waarbij collegiale samenwerking en verdeling van functies en taken voorop staan. Kortom, de pastores worden uitgedaagd tot verandering.
Bijzondere middag.
De pastores, bijeen in het verband van de VPW Den Bosch, kwamen temidden van deze context op deze middag tot een nieuwe positiebepaling. Waar voorheen nog de verwachting werd gekoesterd dat de VPW een wezenlijke invloed zou kunnen uitoefenen op het bisdombeleid, nu werd het accent gelegd op de VPW als een collegiaal verband van pastores ‘waarin men omziet naar elkaar’. We moeten de realiteit onder ogen zien dat de bisschop niet met de VPW in contact wil treden en dat derhalve een basis voor communicatie, laat staan voor beïnvloeding ontbreekt. De VPW heeft daartoe niet de capaciteit in huis. De ledenvergadering van 2 april j.l. heeft een bodem gelegd voor een nieuwe en heldere koers: een collegiaal verband waarin men zorg heeft voor het welzijn en de gezondheid, erop let dat collega’s met plezier en vruchtbaar kunnen werken, waarin men streeft naar deskundigheid en vakmanschap, en waarin men opkomt voor goede arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden.
Ter vergadering deelde men met elkaar wat inspireert en hoop geeft en stelde dat op schrift (groene papier). Men legde op tafel wat zorgen baart (oranje papier). Ook deelde men waar men het gevoel heeft op grenzen te stuiten (rood papier).
HOOP
Wat hoop geeft speelt zich met name af in het dagelijkse pastorale werk. Dat is het pastorale gesprek, het gezamenlijk voorbereiden van een viering, een troostgevende ontmoeting, een geslaagde preek. Hoopgevend is het heilige te mogen beleven in het alledaagse, om de verbinding te ervaren van geloof en kerk met het geleefde leven. Inspirerend is de beleving van de oecumene, de ontwikkeling van een nieuw project, de waardering van parochianen voor de kwaliteit van het werk, de beleving van de kerk als open en gastvrij. Hoopgevend is vooral de beleving van de gezamenlijkheid van het geloof: de geloofsgemeenschap, het delen van inspiratie in vieringen en bijeenkomsten, het delen van verantwoordelijkheden en taken, de beleving van collegialiteit en gezamenlijke verantwoordelijkheid van de pastorale beroepskrachten. Conclusie: pastores ervaren hoop en inspiratie vooral in verbinding met de plaatselijke geloofsgemeenschap. De nabije geloofsgemeenschap is de plaats bij uitstek voor de beleving van spirituele voeding, vitaliteit, adem van de Geest.
ZORGEN
De afnemende vitaliteit van geloofsgemeenschappen baart de pastores zorgen: de vergrijzing, de vacatures, de moeite om bekwame bestuursleden te vinden, om vrijwilligers te scholen. Ook het ontbreken van een beleidsrichting in parochies geeft reden tot zorg; vaak valt men terug op traditionele praktijken, terwijl een nieuwe koers eigenlijk gevraagd wordt. Zorgen heeft men ook met betrekking tot het beleid van de bisschop. Welk beleid gaat de bisschop uitzetten, in welke positie gaat hij de pastores plaatsen? Gevoelens van onzekerheid en onveiligheid worden hier onder woorden gebracht. Kan ik staande blijven in de kerk van de toekomst? Pas ik nog wel in die nieuwe arbeidscultuur? Voel ik me wel thuis in een kerk die zich ontwikkelt tot een kerk met alle accent op eucharistie en een priesterlijke spiritualiteit? Kan ik nog wel werken in een kerk met de priester op het altaar en de gelovigen ver weg in de banken? En…heb ik nog wel invloed op wat er gaat gebeuren? Of rest mij niets anders dan alles over me heen te laten komen?
Wat zorg geeft is soms het teveel aan democratie en het overleg over vele schijven. Zorgelijk is de ontwikkeling, waarbij alle aandacht uitgaat naar de organisatie en de spirituele voeding verdwijnt. Zorgelijk is het gebrek aan collegialiteit en de ieder voor zich mentaliteit onder pastores. Het teveel aan kerkgebouwen geeft reden tot zorg. Men is bang dat schaalvergroting zal gaan leiden tot verminderde participatie.
Conclusie: de zorgen, die pastores op tafel leggen, hebben met name betrekking op beleid. Dat betreft het beleid op het niveau van de lokale geloofsgemeenschappen, maar vooral het toekomstige beleid van de bisschop.
GRENS
Er is ook gedeeld wat pastores beleven als grens: tot hiertoe, en niet verder. Als er geen communicatie meer mogelijk is. Als alles van boven af wordt opgelegd. Als louter volgzaamheid en gehoorzaamheid wordt gevraagd. Als de kerk mensen monddood maakt en beknelt. Als het alleen nog maar gaat om de regeltjes en niet meer om de mensen. Als je als professional door de bisdomleiding aan je lot wordt overgelaten. Als het enkel gaat om de rite van de eucharistie en niet meer om de ervaring van verbondenheid en nabijheid. Als er geen ruimte is voor spiritualiteit, bezinning, voeding. Als de parochie geen inhoudelijke kwaliteit heeft.
De uitspraken van de pastores zijn hier getekend door het spanningsveld tussen democratie en samenwerking enerzijds tegenover loyaliteit en gehoorzaamheid anderzijds, en de relatie tussen de plaatselijke geloofsgemeenschap en de diocesane kerk. Als er van pastores louter gehoorzaamheid gevraagd wordt terwijl de bodem van een gedeelde inspiratie ontbreekt, dan ligt er een duidelijke grens. Zij wensen gezien en gehoord te worden in het proces van verandering.
WILLEN
Op grond van het voorgaande valt duidelijk te formuleren wat de betreffende pastores willen.
1. De pastores wensen te werken vanuit de bodem van een gedeelde inspiratie, waarin zij zichzelf verstaan als deel uitmakend van een diocesaan geloofsverband rond de bisschop als symbool van eenheid.
2. De pastores wensen dat de bisschop leiding geeft, een heldere koers uitzet, als pastoraal leider oriëntatie biedt.
3. De pastores wensen vooral dat zij gezien en gehoord worden in het proces van verandering. Communicatie en overleg is het sleutelwoord. Primair is niet het eigen gelijk binnenhalen, maar gehoord worden en de stem laten horen.
4. De pastores willen actief werken aan de collegialiteit en daarbinnen met respect een plaats geven aan de diversiteit aan stromingen in het pastorescorps.
5. De pastores verstaan het als een eigen verantwoordelijkheid om leiding te geven aan zichzelf in dit proces van verandering. De VPW wil als collegiaal verband graag een actieve rol vervullen in dit proces en een vruchtbare bijdrage leveren.
6. De pastores willen dat mensen en parochianen gekend worden, dat er nabijheid wordt gerealiseerd. Zij zijn bang dat schaalvergroting zal leiden tot vermindering van participatie en binding. Zij pleiten ervoor dat pastores eraan werken dat participatie en verbondenheid wordt gehandhaafd en versterkt.
7. De pastores wensen mee te werken aan processen van schaalvergroting, juist om schaalverfijning mogelijk te maken. Juist om ervoor te zorgen dat mensen bij elkaar kunnen blijven komen en vieren.
8. De pastores nemen zich voor niet te spreken van het onderscheid tussen hoofdkerken en bijkerken.
9. De pastores willen dat mensen lokaal bij elkaar kunnen blijven komen om te vieren en te leren en te dienen. Zij streven ernaar de eigen kleuren van de geloofsgemeenschappen te versterken.
SCHOLING
Om leiding te geven aan zichzelf in het proces van verandering hebben de pastores ter vergadering besloten tot een viertal studiedagen in het komende seizoen. Het vraagt scholing om te leren samenwerken, om te leren omgaan met diversiteit van opvattingen in het teamverband, om het eigen belang en de eigen positie onder woorden te brengen, om zich te verbinden aan een teamafspraak en daarvoor te gaan staan. Het is belangrijk niet achter de dijk te blijven liggen maar actief deel te nemen en de eigen plek in te nemen in dit veranderende landschap. Om niet te vervallen in de rol van slachtoffer, maar om actief deel te nemen. Om niet te vervallen in negatieve energie, maar om vanuit een positieve agenda een bijdrage te leveren aan het proces en uitdagingen en weerstanden aan te gaan.
Nico Bulter
28 mei 2009