U bevindt zich hier: HomeVPW Haarlem-Amsterdam

Meewerken aan het dienstwerk van Christus: praatstuk

Meewerken aan het dienstwerk van Christus.

Ontwikkelingen in het beroep van de basispastor in het licht van collegiale samenwerking (en eventuele taakdifferentiatie) in regio’s en rekening houdend met de onderscheiden ambten in de organisatie van de rooms-katholieke Kerk.

Praatstuk t.b.v. leden van de VPW afdeling Haarlem-Amsterdam met het oog op gesprekken met leden van de priesterraad en een mogelijke ontmoeting met de bisschop.

1. Inleiding.

Pastoraal werkers/sters zijn ongeveer veertig jaar actief in de Nederlandse kerkprovincie. De kerkjuridische positie van deze professionele leken en de waardering die ze kregen van de kerkleiding dan wel van de parochianen is al die tijd een gesprekspunt gebleven.

Middels de nota Meewerken in het pastoraat, die nu zo’n 10 jaar oud is, werd geprobeerd te komen tot een positiebepaling waarbij de pastoraal werk(st)er erkend werd als een eigen ambt en complementair  aan de functie van de priester.

De ontwikkelingen gaan door. In heel Nederland zijn bisdommen bezig met het bevorderen van samenwerkingsprocessen tussen parochies en pastores. Bovendien wordt er een nieuwe generatie priesters actief met een nieuw zelfbesef, voor een deel priesters uit andere landen en culturen. Het ontwikkelen van regionaal beleid geeft druk op het uitvoerende werk de pastoraal werk(st)ers. De tweede ontwikkeling geeft spanning in de samenwerkingsrelatie van pastores onderling.

We zien dat afzonderlijke pastores daar zeer verschillend mee omgaan. Voor de een zijn de ontwikkelingen een grote bedreiging en gaat het in tegen de wijze waarop ze hun werk altijd verrichtten. Anderen proberen nieuwe invullingen te geven aan hun taak en daar voldoening uit halen.

 

Het praatstuk is een poging om te begrijpen hoe de recente praktijk van het pastoraat zich ontwikkelt en daarbinnen de onderscheiden functies en taken en welke nieuwe vragen dit oplevert.

We hebben ons bij het nadenken over taken en ambten laten inspireren door een tekst van de Amerikaanse bisschoppen over het dienstwerk van leken in de kerk getiteld: Co-workers in the vineyard of the Lord.

 

2. Ontwikkelingen in de praktijk  (situatieschets)

Over welke ontwikkelingen hebben we het als we stellen dat het beroep van pastoraal werk(st)er in beweging komt? We zien sturing vanuit het bisschoppencollege, maar er voltrekken zich ook maatschappelijke ontwikkelingen en dientengevolge veranderingen in de geloofsgemeenschap van de kerk.

2.1. Sturing vanuit de leiding van het bisdom

  • Mede door het personeelsbeleid van het bisdom en de komst van de priesteropleiding in Vogelenzang komt de verhouding priesters - pastoraal werk(st)ers en diakens in een andere verhouding terecht. Het bisdom ziet wel een functie voor pastoraal werkers, maar op termijn niet meer dan één formatieplaats per regio. Dit wil  zeggen dat de bisschop rekent op 35 pastoraal werk(st)ers de komende jaren. Nu dit bekend is, loopt de toevoer van studenten theologie aan de hbo en universitaire opleiding terug en  krijgen nu actieve studenten in de toeleiding te horen dat er voor hen geen arbeidsplaatsen zijn.
  • Aan de bestaande taakstellingen van pastoraal werk(st)ers en hun functie in de liturgie wordt niet getornd, maar de instructie en toeleiding van nieuwe pastoraal werkers laat zien wat in de ogen van de opleiding en bisdom de nieuwe contouren zijn van de functie van pastoraal werk(st)er. Minder accent op liturgie en meer gericht op catechese, diaconie en opbouwwerk.
  • De bisschop stuurde een brief met instructies over de liturgie naar de pastores en besturen. Dit past in een landelijk beleid om de eucharistie en de positie van de priester meer te benadrukken. Dit levert veel gesprek op in pastoresoverleggen m.b.t. het liturgisch rooster  en de verwachtingen van parochianen als het gaat om het kunnen ontvangen van de communie.

 

2.2. Maatschappelijke ontwikkelingen

  • Door de ontkerkelijking worden parochies kwetsbaar als het gaat om het aantal en de leeftijd van vrijwilligers, kerkbezoek, inkomsten, enz.. Samenwerking tussen kwetsbaar wordende parochies is dan een oplossing. Maar de ontkerkelijking grijpt ook in in het denken van mensen in de vorm van vervlakking. Deze ontwikkelingen stellen nieuwe eisen aan de werkers.
  • Enkele impressies: 
    • De ontmoeting van mensen in de zondagsliturgie neemt af ten opzichte van groepswerk door de week en andere vormen van kerkelijk leven en ontmoeten. Dit nieuwe gedrag van het publiek van de parochies en regio’s vraagt om nieuwe vormen van ontmoeting (Geloven nu, reizen, Alfacursus, Present, Diaconaal Centrum, samenwerking met  Voedselbank). Dat vraagt om nieuwe kwaliteiten en competenties van pastores en vrijwilligers als het gaat om contactlegging, netwerken en aangaan van bondgenootschappen in de stad of dorp.
    • Het bisdom ziet wel de gevolgen van de maatschappelijke ontwikkelingen, maar ontwikkelt als antwoord een grote scheiding tussen aan de ene kant Vieren (liturgie en sacramenten) als terrein van de priester en Leren en Dienen als het terrein van de diaken en pastoraal werk(st)er. Deze beoogde functiedifferentiatie doet geen recht aan de heelheid van het leven van mensen. Het stuit op weerstand bij zowel de werkers als de parochianen. Hoewel het de priester een herkenbaar profiel geeft, voelen (ook jonge) priesters zich ‘ uit de wereld’ weggetrokken. De pastoraal werker voelt zich losgesneden van de liturgie als vorm van godsontmoeting en de parochiaan mist de pastoraal werker als het gaat om zijn/haar kwaliteit en nabijheid bij de moeilijke momenten in het leven.
    • De structuurverandering en regio-indeling stellen nieuwe vragen m.b.t. het kerkjuridisch leiderschap ofwel administratorschap en leiding van de regio. De kerkstructuur zoals de codex die aangeeft,  is hierin duidelijk. Maar het leiderschap moet handen en voeten krijgen in de nieuwe situatie. 1. Het leiderschap van de pastoor/administrator. Welke kwaliteiten heeft de pastoor? Hoe gaat hij om met visie, talenten, communicatie. 2. en de onder zijn bevoegdheid  pastoraal werkenden (als het leiderschap sterker wordt hoe gedraagt de pastoraal werkende zich ten opzichte van hem die boven hem of haar staat. Dit alles vraagt om nieuwe collegiale verhoudingen.

Conclusie: kerkelijke en maatschappelijke ontwikkelingen ontgaan de kerkgemeenschappen niet. Dit vraagt om een bijpassende visie en taakstelling voor priesters en pastoraal werkers om nieuwe vormen van pastoraal leiderschap te ontwikkelen. Een ander gevaar is dat de pastoraal werk(st)er zich ingraaft in de gegroeide praktijk.

De poging van het VPW om de werkzaamheden van de basispastor te ordenen in een beroepsprofiel is een goede aanzet. Vooral het plaatsen van de parochiegemeenschap in een missionaire context en de grote nadruk op de hermeneutische, mystagogische- en leiderschaps- kwaliteiten zijn een poging om een bijdetijds beeld te schetsen van de pastor. In het document van de VPW ‘Beroepsprofiel van de pastor’ ontbrak het thema van de onderscheiden ambten.

Het gevaar van de katholieke kerk van nu is dat ze mogelijk te sterk gericht is op  het accentueren van de verschillen tussen priesters en lekenwerkers, zonder aan te sluiten bij de vragen van mensen van nu. Door centrale sacramentele kerken aan te wijzen en een groot accent te leggen op de eucharistie wordt de positiestrijd tussen priesters en pastoraal werk(st)ers versterkt, maar worden de echte vragen van deze tijd niet aangepakt en gaat de heelheid van het totale pastorale aanbod verloren. We willen in de volgende alinea een stapje dieper gaan en een pleidooi houden om deze positiestrijd te overstijgen.

3. Uitwerking van enkele thema’s

 

3.1. De zaak voorop stellen.

Meewerken in het Pastoraat heeft als motief het meewerken aan het dienstwerk van de priester meegekregen.  Daarmee wordt door de Nederlandse bisschoppen de positiebepaling van de pastoraal werker benadrukt ten aanzien van de leidinggevende priester. Interessant is dat in de tekst van de Amerikaanse bisschoppen gekozen wordt voor de denklijn ‘meewerken aan het dienstwerk van Christus’. Dit wel binnen de gegeven kerkorde met de onderscheiden taakstelling van bisschop en priester en overige werkers.Door te spreken over het meewerken aan het dienstwerk van Christus wordt de zaak van het evangelie voorop gesteld en zijn zowel de priester als de pastoraal werk(st)er onder dat ‘gezag’ gesteld.

De zending en opdracht van de kerk in de maatschappij moet het gesprek bepalen alvorens in te gaan op de gesprekken over ambten en taken. Door deze insteek te kiezen voorkomen de Amerikaanse bisschoppen een al te grote nadruk op de positieverschillen en positiestrijd en komt de energie veel sterker te liggen op de common ground en de vragen over:

- Wat is goed pastoraat? Waar vraagt deze tijd om?

- Hoe komen we in contact met nieuwe generaties en zijn we betrouwbaar in nabije presentie?

- En wat betekent professionele hermeneutiek en mystagogie?

 

3.2. Identiteitsontwikkeling van de twee groepen werkers .

Priesters en pastoraal werkers komen elkaar in de praktijk van parochies en regio’s tegen en doen grotendeels hetzelfde werk. Dit kwam naar voren in het onderzoek dat daarna gedaan is en is specifieker  beschreven in het beroepsprofiel van de parochiepastor. Tegelijkertijd is in de tekst het ambtsverschil uit de weg gegaan. Toch zit daar wel een lastig thema, dat bijvoorbeeld bij samenwerkende pastores in het kader van de regiovorming speelt. Lukt het de gewijden en ongewijden professionals om elkaar als aanvullend te zien in het licht van de Zaak van God met mensen. Gerard Groener spreekt  in Ingewijd en Toegewijd over twee onafgeloste hypotheken. 1. De priester kan moeilijk erkennen dat de inzet van lekenwerkers in de kerk een element van roeping in zich heeft. 2. De pastoraal werker op  zijn beurt kan moeilijk het bijzondere van het priesterschap zien.

Wat zien we als we kijken naar de verschillende werkers in de kerk, hun identiteitsontwikkeling en onderlinge samenwerking? Wij zien naast verschillen grote overeenkomsten in het functioneren.

  • Het ontvangen van de wijding tot priester wordt door de kerk gezien als een sacrament. Het geeft de gewijde persoon een bijzondere status in het mogen verrichten van bepaalde handelingen en een leidinggevende taak in de organisatie. Dit verschil ten opzichte van gewone leken wordt over het algemeen erkend. Het gaat wringen als de ‘bijzondere ‘ identiteit kwalitatief onvoldoende is en niet dienstbaar is in de praktijk van het pastoraat of als het leiderschap een simpel machtsinstrument wordt. Maar je zou dit evengoed kunnen zeggen over de pastoraal werk(st)er. Beiden verliezen hun recht van spreken als leider en dienaar als ze onder de maat presteren. Van beiden wordt verwacht, dat zij om professioneel te blijven handelen, hun vak bij houden en zich laten toetsen door collega’s.
  • Beide functionarissen werken vanuit een roeping. Hun levensgeschiedenis en achtergrond hebben hen gevormd waardoor elk afzonderlijk een bijzonder verhaal meebrengt, een bepaalde gevoeligheid, een talent of kwaliteit. Daarin schuilt ook de kracht van verschillende mensen die samen werken in een groep. Dit verschillend zijn heeft potentie in zich door dat het aanvullend is aan anderen. We zien pastores (priesters en pastoraal werk(st)ers) met aandacht voor opbouw, met mystieke of spirituele snaren, liturgische of catechetische talenten, die zich  door studie en ervaring ontwikkeld hebben tot pastores met zeer bruikbare kwaliteiten.
  • Priesters en pastoraal werk(st)ers verschillen op een positieve manier van elkaar en dat verschil kan gebruikt worden in het pastoraat. Pastoraal werkers kenmerken zich door hun leek zijn, hun ‘in  de wereld staan’ en hun deskundigheid.  Het algemeen priesterschap verbindt hen als leek met de christenen van hun parochie. Vrijwilligers voelen zich in de omgang met pastoraal werk(st)ers vaak vertrouwelijker dan met een priester. Hij of zij is meer van hen, herkenbaarder. Met name vrouwelijke vrijwilligers hebben soms de veiligheid van een vrouwelijke pastoraal werkster nodig om het zetje te krijgen die nodig is om bijvoorbeeld leidinggevende taken op zich te nemen. Vrouwelijke gelovigen zullen bepaalde zaken eerder of uitsluitend aan een vrouwelijke pastor toevertrouwen. Vrouwelijke pastores hebben daarnaast door hun ‘gender’ een heel eigen bijdrage aan een pastoresteam. Dit kan een grote rijkdom zijn. In de traditie van de kerk hadden vrouwelijke religieuzen dikwijls deze functie. Tegelijkertijd kan de ontmoeting met een priester in een pastoraal gesprek voor veel mensen een extra dimensie of veiligheid betekenen. Juist de verwijzing naar het heilige kan mensen uitnodigen.

In onze kerk hebben we de laatste dertig jaar te weinig aandacht besteed aan het thema ambtsonderscheid. Het is nu tijd om de vraag op de agenda te zetten. Dit kan alleen vruchtbaar gebeuren als we uitgaan van de overeenkomsten en de voorwaarden scheppen voor een goede uitwisseling met begrip voor ieders spiritualiteit en motivatie.

 

3.3. Onderscheiden collegialiteit als antwoord op de vragen van deze tijd.

Als een actuele presentie van christelijk geloof  -  de zaak van kerk  -  voorop staat en er erkenning is van kwaliteiten en roeping van eenieder pas dan kan er  ruimte gaan ontstaan voor goed samenwerkende pastores in een groep of team die werkelijk in staat zijn om nieuwe gestalten van kerk-zijn te ontwikkelen.

De tekst van de bisschoppen van de Verenigde Staten is daarbij een verademing omdat ze uitgaat van zowel de gezamenlijke zorg als de gedifferentieerde inzet van de talenten en kwaliteiten van alle gelovigen als geroepenen. Een citaat uit Co-workers in de vine-yard:

Een goede organisatorische praktijk is consistent met het evangelie. Ze houdt de doelen en behoeften van de organisatie in evenwicht, zijn werkers en de gemeenschappen waar dit alles plaats vindt. Ze impliceert respect voor de mensen, recht, integriteit, efficiënt gebruik van bronnen, succesvolle aanpak van missie en doelen en een omgeving waarin betrokken en geschoolde werkers eerlijk behandeld worden.  P. 61

  • Collegialiteit veronderstelt dat missie voorop staat. Dit alles in een breder perspectief op een kerk in transformatie. Deze tijd vraagt om nieuwe werkwijzen, insteken, strategieën en rollen. Of zoals onze bisschop zegt: Ga ongewone wegen.

 

Tot slot

Zoals het in een goede relatie gaat probeert de een de ander te volgen in zijn gedachten en groei. Er mag dan ook plek  zijn voor correctie. Als de basis maar goed is.

Doordat nieuwe priesters en diakens in eigen netwerken zitten en geen lid worden van het VPW, verstomd het gesprek tussen mensen die uiteindelijk met dezelfde doelstelling aangesteld zijn nl. de blijde boodschap van het christelijk geloof onder de mensen te brengen. Er is veel te winnen als we met elkaar in gesprek gaan.

 

Bestuur VPW Haarlem.

 

    Plaats reactie

    Kijk eens bij:
    Free business joomla templates