U bevindt zich hier: HomeVPW Haarlem-Amsterdam

Jaap van der Mey over Meewerken aan het dienstwerk van Christus

Grijpen pastorale werkers de kans om zich te profileren?

Jaap van der Mey, referaat n.a.v. ‘Meewerken aan het dienstwerk van Christus’

Inleiding

Het VPW bestuur heeft mij gevraagd om te reageren op het praatstuk dat jullie allemaal voor deze ledenvergadering hebben ontvangen. Ik wil daar graag op ingaan. Want de pastorale werker m/v heeft het moeilijk. 

Het Beroepsprofiel van de parochie-pastor – VPW special 2005/4 p.12 § 3.5 – zegt het zó: “In de huidige situatie is met name de functie van p.w. nog niet volledig uitgekristalliseerd en voldoende gelegitimeerd”. Verderop maakt het Profiel een onderscheid tussen beroep en functieprofiel (§ 4.5).

In twee latere nummers van VPW-info (april en juli 2009) komen collega’s met hun praktijkverhalen aan het woord.

Tegen deze achtergrond wil ik enkele kanttekeningen maken bij het praatstuk. Ik doe dit vanuit mijn eigen perspectief.

Mijn perspectief

Als tweedelijns werker ben ik betrokken bij regiovorming in dekenaat Haarlem. Ik zie pogingen tot vorming van teams en taakverdeling tussen pastores in al hun diversiteit.

Naast mijn betrokkenheid bij parochies en regio’s ben ik parttime docent in twee nogal verschillende opleidingen.

Aan de Fontys Hogeschool Theologie en Levensbeschouwing draag ik bij aan de vorming van p.w., geestelijke verzorgers en docenten in het voortgezet onderwijs. Ik geef daar de vakken Godsleer en Christologie.

Aan het seminarie de Tiltenberg draag ik bij aan de vorming van diakens en catechisten. Ik geef daar de vakken Catechetiek en Jodendom.

In beide opleidingen ontmoet ik gemotiveerde mensen die zoeken hoe zij een bijdrage kunnen leveren aan de kerk en haar opdracht in deze tijd.

Wat me opvalt, is dat overal gezocht wordt naar de invulling van de eigen taak en roeping. Ook voor diakens is dit niet vanzelfsprekend. Zelfs de priester wordt gevraagd om opnieuw over zijn opdracht na te denken. De paus heeft hiertoe het “jaar van de priester” ingesteld.

Deze gelijktijdige zoektocht wordt pas echt vruchtbaar wanneer de verschillende groeperingen ook met elkaar van gedachten wisselen. Ik hoop dat dit vanmiddag gaat gebeuren.

 

Eerste indruk

Het praatpapier laat goed de worsteling zien, waar we nu midden in zitten. Het is een “poging om recente ontwikkelingen te begrijpen en het wil nadenken over nieuwe vragen”. Eén van die vragen betreft de onderscheiden functies en taken van p.w., priesters en diakens.

Als ik mijn eerste indruk moet samenvatten, wil ik spreken van een cliff hanger. Veel paragrafen in het paper eindigen met de hamvraag van de onderscheiden functies. En telkens als ik denk “nu komt het hoge woord eruit” is de paragraaf afgelopen. Onwillekeurig kwam het beeld bij mij op van iemand die wil gaan zwemmen, zijn voet voorzichtig in het koude water steekt en dan snel terugtrekt.

Telkens worden voorwaarden genoemd die de samenwerking moeten waarborgen, die de eigen positie van de p.w. moeten garanderen. Daartoe wordt steeds gehamerd op wat voor alle werkers in het basispastoraat gemeenschappelijk is in het beroepsprofiel. Ik begrijp de reden heel goed. Het paper geeft duidelijk aan hoe onveilig de situatie voor de p.w. is. En de nadruk op de kwaliteit van het pastoraat onderschrijf ik volledig. Wijding en ideologische positie kunnen nooit de rechtvaardiging zijn voor pastoraal klungelwerk. Het gevolg is dat het paper meer oog heeft voor de bedreigingen dan voor de kansen. In mijn bijdrage wil ik iets meer zeggen over de kansen die er óók zijn. Want differentiatie van functies – mede in relatie tot de onderscheiden bedieningen – biedt ook kansen om je als pastoraal werk(st)er te profileren.

Als schrale troost moet ik opmerken dat ook de Amerikaanse bisschoppen er niet uit komen in hun document Workers in the Vineyard. Deels omdat het Amerikaanse episcopaat net zo divers – lees verdeeld – is als de bisschoppen in Europa. Maar vooral omdat de kwestie zelf inhoudelijk zo complex is. Je kunt de taken en functies uit het beroepsprofiel van de VPW niet in stukken snijden en onder de diverse kopjes priester, diaken of pastorale werk(st)er plakken. Dit kan niet vanwege de samenhang in het werk zelf, maar het kan ook niet vanuit de verschillende talenten en beperkingen van de betrokken werkers. Niet elke priester is een briljant bestuurder. Niet elke pastor heeft evenveel affiniteit met catechese. Niet elke diaken loopt warm voor diaconie.

Ook al komen de Amerikaanse bisschoppen er niet helemaal uit, toch maakt hun document een aantal bruikbare opmerkingen die niet in het praatpapier terecht zijn gekomen. Ik wil die aanvullen. Dat zal ik doen in het eerste deel van mijn verhaal. Daarna wil ik praktijkverhalen vanuit de Nederlandse collega’s hier naast zetten. Gevolgd door high lights uit het beroepsprofiel. Tenslotte geef ik enkele vragen en voorzichtige conclusies.

Extra druiven uit de Vineyard

Het Amerikaanse document staat bewust in de traditie van Lumen gentium en Gaudium et Spes en kiest van meet af aan voor een missionair perspectief. Men kiest het beeld van de wijngaard en definieert dit als volgt. “De wijngaard des Heren is een wereld die getransformeerd moet worden – getransformeerd met het oog op de uiteindelijke komst van het Koninkrijk Gods” (p.7). Centraal staat het Koninkrijk, niet de kerk zelf. De zorg gaat uit naar de wereld, niet primair naar de kerk. De kerk is teken, instrument en voorsmaak van het Koninkrijk. De kerk wordt in deze passage van het document getypeerd als het Lichaam van de Messias. Dit Lichaam wordt opgebouwd door de heilige Geest, die aan alle leden van dit lichaam diverse gaven en bedieningen geeft (p.7).

Het spannende in deze passage – en het hele document – is de term “bediening”. In het Engels ministry. Dit wordt verder uitgewerkt (p.10-13).

De term “leek als kerkelijke bedienaar” – in het Engels lay ecclesial minister – is een verzamel begrip dat verschillende mogelijke rollen omvat en beschrijft. In Amerika kent men academisch gevormde en bezoldigde krachten die werken als leiders voor de catechese, voor jeugdwerk en in de pastorale zorg. Het document benadrukt dat deze rollen niet voortkomen uit het priestertekort, maar uit de eigen roeping van de leek. Deze nadruk herinnert mij aan uitspraken van mijn eigen hoogleraar praktische theologie, Piet van Hooijdonk. Die pleitte er eind jaren ’70 begin jaren ’80 voor dat de p.w. een eigen identiteit zou ontwikkelen, die een andere zou zijn dan noodmaatregel voor het priestertekort. Het waren de toenmalige Nederlandse bisschoppen die zijn advies in de wind sloegen en de pastorale werker zo veel mogelijk modelleerden naar het beeld van de priester. Ook de parochies gaven in die beginjaren de voorkeur aan een priester. De p.w. moest zich in de praktijk bewijzen door zoveel mogelijk op een priester te lijken. Velen van jullie herinneren zich hoe moeilijk het was om door parochianen geaccepteerd te worden als “niet-priester”. Nu zijn de meeste parochies – in elke geval de binnenkring van vrijwilligers – vertrouwd met het fenomenen p.w. Het lijkt me verstandig om het advies van Piet van Hooijdonk alsnog op te volgen. Ook het praatpapier suggereert dit – weggestopt in voetnoot 1: “De pastoraal werk(st)er heeft alleen toekomst op basis van een keuze voor een volstrekt laïcale invulling – met verwijzing naar een notitie van Nico Bulter. Bij die invulling kunnen ervaringen in het buitenland ons helpen.

De Amerikaanse bisschoppen spreken van “bediening” (servitium), omdat ook leken deelhebben aan de drie bedieningen van Christus: koning, priester en profeet. Dit is veel breder dan liturgie en bestuur (vergaderen). Het beroepsprofiel van het VPW geeft aan het slot van hoofdstuk 4 zelf een kritische kanttekening: “… het feitelijk bestaande profiel waarin bijna alle energie opgaat aan liturgie en bestuur, dient bekritiseerd te worden. Het brengt een versmalling aan die ten koste gaat van de andere taken” (p.17). Deze keuze voor de drie bedieningen (munera) van Christus is bewust ruimer dan de term “algemeen priesterschap” die vaak op een onbijbelse manier wordt geïnterpreteerd en bovendien onbedoeld toch weer een nadruk op voorgaan in de liturgie suggereert.

Het Amerikaanse document wijst op de specifieke bijdragen van leken. Hun betrokkenheid bij de wereld – enerzijds om de wereld meer in overeenstemming te brengen met Gods bedoeling, anderzijds om de noden van de wereld in de kerk binnen te brengen, zowel door gebed als door actie. Hier liggen bijzondere kansen voor pastorale werkers, juist wanneer met andere leken wordt nagedacht over de spanning die kan bestaan tussen geloof en beroepsuitoefening. Een jonge rechter zei eens tegen mij: ik zou wel eens met gelovige collega’s willen praten over de spanning tussen mijn geweten en het burgerlijk wetboek in sommige gevallen. Ook artsen hebben soms die behoefte om met gelovige collega’s te praten over dilemma’s. Het document van Vaticanum II over het lekenapostolaat – met de commentaren daarop – vormt een goudmijn voor ideeën. Helaas heeft deze tekst in Nederland nauwelijks doorgewerkt.

Belangrijk vind ik ook dat het document niet pleit voor een lager opleidingsniveau van de leek die kerkelijk werker is. Juist de samenwerking met gewijde bedienaren vereisen (require) een speciaal niveau van professionele competentie (p.12).

Het document wijst op een derde element: de relatie met de bisschop. Ook hier liggen kansen. De pastores van regio Delta hebben een gesprek met de bisschop gehad over hun vorderingen bij de regiovorming. Dit kreeg een positief vervolg. Ook als individueel pastoraal werker kun je een gesprek met de bisschop vragen over de invulling van je zending. De kerk is immers in transformatie en jouw pastorale werk dus ook. Het versterkt de persoonlijke band, leidt tot beter begrip voor de zorg en verantwoordelijkheid over en weer. Je mag de agenda van dit gesprek voor een belangrijk deel zelf invullen. Onbekend maakt onbemind.

 

Elementen uit interviews VPW-info 2009.1+2 over Profilering

In het eerste deel van mijn verhaal heb ik het Amerikaanse document al een paar keer gekoppeld aan de Nederlandse situatie. Ik wil nu meer systematisch ingaan op de Nederlandse praktijk, met name op de ervaringen die p.w. hebben met taakverdeling in andere bisdommen. Ik nodig jullie uit om mee te denken buiten de bekende kaders.

 

Petra Jansen doet opbouwwerk in Overbetuwe; ze ziet vier voordelen in profilering:

- verhoging kwaliteit

- bevrijding; ik hoef niet alles zelf

- meer aandacht voor stiefkinderen: catechese en diaconie (evenwicht is nog ver te zoeken – dus veel werk)

- “bestaande zuigt alle aandacht op, terwijl het nieuw ogenschijnlijk niets vraagt” (nieuwbouw wijk, dertigers)

Ze noemt ook een voorwaarde en een belemmering:

- Profilering werkt alleen in een team

- Kernvrijwilligers oude stijl willen generalist

 

Jan Vernooij, teamleider in verband van zes parochies rond Veluwemeer

- Zijn taak is begeleiden pastoraatsgroepen / opbouw.

- Het doel van regiovorming is voor hem : geloof opdiepen en verdiepen

- De parochies moeten ontdekken: we zijn ‘van de Heer’ niet voor onszelf

- communicatie is sleutel tot nieuw pastoraat – blad en website

 

Aad van Dijk, diaconie in West Betuwe

- focussen van aandacht bevordert de inhoud

- scholing voor je profiel – Luce – is wenselijk / nodig

niet opsluiten in eigen profiel (verkokering): aandacht voor profiel collega’s

jonge generaties willen vaak activiteiten die deelterreinen integreren

- geen roofbouw op priesters die overbelast zijn

- diaken en p.w. lijken geen volwaardige collega van de priester

 

Vincent de Haas, portefeuille diaconie in het Bredase

- Bisdom Breda werkt niet met voorgeschreven profielschetsen, maar door samenwerking en fusie van parochies ontstaat er wel een taakverdeling.

- Profilering werkt voor werkgroepen en vrijwilligers, niet voor de gemiddelde parochiaan

- Niet de profilering moet centraal staan, maar de inhoud: het formeren van groepjes die zich willen verdiepen en komen tot nieuwe geloofsdaden.

 

Kansen voor differentiatie in het beroepsprofiel

Deze praktijkverhalen zijn een goede illustratie van wat beschreven wordt in het Beroepsprofiel (Nrs 4.1.1 t/m 4.2.1 en 4.2.3 – 4.3, want 4.4 geldt voor allen).

Hier staan plenty kansen voor profilering bij p.w. Het overzicht dat het beroepsprofiel geeft, is letterlijk uitputtend. Niemand kan alle aspecten van dit profiel in haar / zijn eentje realiseren. Niet vanwege de beschikbare tijd. Maar ook niet vanwege de vereiste talenten. Dus elke pastor maakt ook nu al de facto een keuze. De rol van het team is te zorgen dat bepaalde aspecten van het profiel niet verwaarloosd worden.. Diversiteit is kracht binnen een team.

 

Het Beroepsprofiel noemt bij de taken allerlei kansen die meer op de weg van de leek – lees p.w.– liggen dan in het domein van de priester.  Ik noem er een paar. Opbouw van een missionaire gemeenschap vraagt contacten met de buitenkring rondom de parochie. Vorming en toerusting van vrijwilligers of aansturing van pastoraatsgroepen gaat agogische getrainde p.w. met veel ervaring beter af dan priesters die nèt van het seminarie komen. Geloofscommunicatie met jongeren en dertigers is hard nodig én een kans. Ook diaconie blijft vaak een stiefkind, hoorden we al. Persoonlijke geestelijke begeleiding is een bijzonder kans. Later vanmiddag horen we iets over een aanbod van het Ignatiushuis om je als pastoraal werker hierin te scholen. Ik heb de cursus gevolgd en kan hem aanbevelen. Dit zijn maar enkele grepen om te komen tot specialisatie en taakverdeling.

Een historische opmerking: de pastor als solist en generalist is een product van het priestertekort. Toen er nog veel priesters waren, was er een duidelijke taakverdeling binnen elke parochie. De pastoor was de bestuurder. Daar kwam je als kapelaan niet aan te pas, toen. De ene kapelaan deed het jeugdwerk, een andere het vrouwengilde en weer een ander de beroepsverenigingen (geiten). Ik wil niet terug naar die verzuilde situatie. Maar ik moet eerlijk erkennen dat de parochie toen meer betrokken was bij de samenleving – het roomse segment ervan – dan nu het geval is. De taakverdeling gebeurde op grond van leeftijd, ervaring en persoonlijke affiniteit. Daarnaast was er een territoriale verdeling in het huisbezoek. We moeten ons die taakverdeling niet mooier voorstellen dan zij was: er waren geen teams met overleg zoals wij die nu kennen. De priesters in dezelfde pastorie waren vaak eilanden. Maar ze werkten niet als solist of generalist in de parochie. Dát is van later datum, toen het priestertekort opkwam.

 

Samenwerking tussen ongelijken

Het begrip wijding brengt – gewild of ongewild – een element van ongelijkheid mee. Een priester is niet hetzelfde als een bisschop. Mag en kan niet alles wat een bisschop kan en mag. Is het werk van de priester nu voor de gelovigen minder belangrijk dan het werk van de bisschop? Dat kun je zo niet zeggen. De bisschop is hoger in rang en in macht, maar de priester staat dichter bij de mensen en is daarom onmisbaar. De bijdrage van de priester in het pastoraat is in zekere zin “even belangrijk” als de rol van de bisschop. Ze zijn niet gelijk, maar allebei belangrijk. Een goed samenspel tussen bisschop en priester is nodig voor het leven en de zending van de kerk.

In onze moderne tijd hebben we moeite met ongelijkheid. Maar als je belang niet identificeert met rang of macht, ontstaat er al veel ruimte voor goede samenwerking. Dit is ook wat Paulus benadrukt in de eerste Korintiërs brief, in de beroemde passage over het Lichaam en de ledematen. Verschil in verantwoordelijkheden kan ook vrijheid geven. Als een kerk gesloten moet worden, is het fijn als de bisschop uiteindelijk de beslissing neemt en de zaak niet onderling door de parochies laat uitvechten..

Deze redenering kun je herhalen voor de relatie tussen priester en diaken en voor de relatie tussen diaken en p.w. En voor de relaties tussen alle vier de professionele werkers in de wijngaard.

Natuurlijk is er het punt van de sacramentaliteit van het ambt. Henk Witte zegt hier belangrijke dingen over in het VPW info van 2006, nr. 3, p. 29-35. Ik ga ervan uit dat Nico van der Peet hier dieper op ingaat.

 

Meer punten:

Ik noem nog enkele praktische kansen en voorwaarden

- huisbezoek = hermeneutische competentie, catechese

- shoppende dertigers: soms Kathedraal – soms zondagmiddag – soms Groenmarkt

- p.w. moet zichtbaar zijn in gemeenschap wel regelmatig (mee) voorgaan op zondagmorgen maar niet als vaste en frequente taak

- Wie slim is, doet aan huisbezoek en catechese en diaconie. Daar wordt de nieuwe kerk gebouwd. Daar ontstaan de nieuwe bedieningen.

- Netwerken bij maatschappelijke organisaties. Contact met de wijkraad in Haarlem Noord

- Gesprek zoeken met diakenkring: ook hier durven differentiëren.

 

Is er leiderschap mogelijk zonder centrale rol in liturgie?

Vergelijking met rol van rabbijnen

- rabbijnen zijn niet nodig voor de liturgie, dienst wordt geleid door de voorzanger

- rabbijn is niet nodig voor sacrament, besnijdenis gebeurt door de moheel.

- Rabbijnen zijn leraren – daaraan ontlenen zij hun leidersrol < omdat ‘lernen’  zo belangrijk is in het joodse leven

- Rabbijnen zijn kerkelijke rechters – nemen halachische beslissingen en stellen huwelijkscontracten en echtscheidingsbrieven op.

- Rabbijnen ontwikkelen zich tot pastorale professionals en gaan daarin meer lijken op katholieke en protestantse geestelijke verzorgers (bijv. in gezondheidszorg en krijgsmacht)

 

Conclusie

Het paper stelt in z’n slotparagraaf (3.3 bullit) “Collegialiteit veronderstelt dat missie vooropstaat”. Ik zou het omdraaien: “De opdracht van de kerk naar de wereld vereist dat alle bedienaren zo goed mogelijk samenwerken”. Dit vereist ook dat de kerkelijke leiding alle talenten optimaal benut. En dit niet alleen om functionele redenen, maar omdat het gaat om gaven en bedieningen die de Heilige Geest geeft aan de kerk. Het gaat hier om meer dan ‘human resource management’, het gaat om Divine Resources.

Het beroepsprofiel blijft belangrijk als referentie kader. Het geeft aan wat er allemaal aan werk te doen is in het basispastoraat. Het beschrijft het totaalpakket waar je als team voor staat, nog afgezien van de onderlinge werkverdeling. En het geeft aan welke kwaliteitseisen gesteld moeten worden, welke competenties nodig zijn en dus in de opleiding en nascholing geoefend moeten worden.

Differentiatie – courage to be different…

    Plaats reactie

    Kijk eens bij:
    Free business joomla templates