U bevindt zich hier: HomeVPW Haarlem-Amsterdam

Zeven pastores over fris blijven in je vak

Zeven pastores over ‘fris blijven in je vak’

Mariet VetLeo NederstigtColm DekkerTheo Vertelman H. Matinus in 't Veld en H. WulframLeo MesmanJohan Olling, Jan Verbruggen

Hoe blijf ik fit, wat voedt mij in mijn werk als pastor?

Als eerste wil ik noemen de genade dat ik een rustige natuur heb. Het is (bijna) nooit chaos bij mezelf, terwijl ik toch te maken heb met zoveel verschillende werkzaamheden. Die rustige natuur wil ik dan ook behouden. Die rust, die zo belangrijk is om mijn werk te kunnen overzien en daarin die keuzes te maken die mij voeden, waardoor ik fit en rustig kan blijven. Een van die keuzes is om ’s morgens niet eerder uit mijn bed te komen dan 8.30 uur. Vanwege het vele avondwerk is dit heel belangrijk voor me. Van 9.00 tot 10.00 uur drink ik koffie met Harrie, mijn man, en daarbij lees ik ook iedere morgen een stukje uit ‘Speling’. Samen hebben we het er dan soms even over, Harrie meer de luisteraar en ik meer de verwonderaar. Als ik naar boven ga om te werken, begin ik ook daar eerst met een stukje tekst om me zo te richten, me te bezinnen en voor mezelf helder te krijgen naar wat ik denk dat God met mij voor heeft op deze dag.

Op maandag heb ik meestal een thuisdag. Ik maak dan mijn tas leeg maak en kom daarbij dingen tegen die nog aandacht vragen. Ook werk ik dan aan de liturgie voor het komende weekend. Mijn viering ligt na maandag voor 90 % klaar en ook dit geeft me rust en ruimte om op de dagen daarna meer aandacht te hebben voor pastoraat.

Na de dinsdagmorgen maak ik bewust ruimte voor de cursus ‘Een jaar lang op reis in het land van geloven’. Ik overleg met mijn medecursusleider, kijk het verslag na en bereid me voor op de avond. Ik ben dan echt los van mijn parochie en dit maakt dat ik er echt kan zijn voor de cursisten. Na twee dagen van drie dagdelen, ga ik op woensdagmiddag eerst een uurtje slapen. De rest van de week wordt ingevuld door werkgroepbegeleiding en pastoraat en als ik in het weekend moet voorgaan, probeer ik de vrijdag echt vrij te houden. Vrijdagmiddag sport ik sinds kort samen met Harrie. Op de zaterdag ben ik nog een tijdje bezig met de weekendliturgie, maar ik vind dit prettig om de teksten vanaf dat moment dichterbij me te hebben. Belangrijk is nog dat ik me niet (meer) laat leiden door alle mails die ik binnen krijg. Ik heb geleerd om eerst te doen wat ik zelf wil doen en daarna de mails te lezen.

Ik ben nu drie jaar bezig als pastor en in deze periode ben ik goed begeleid door Harrie, die me af en toe bij twijfel aan mezelf toespreekt en me wat reëler naar me zelf laat kijken, door mijn mentor en door een collega die ook werkzaam is binnen mijn regio.

Als laatste wil ik nog even vermelden dat ik een dankbaar mens ben en dat ik het fantastisch vind, dat ik na zeven jaar studie ook daadwerkelijk als pastor werkzaam  en onderweg mag zijn met al die verschillende mensen met al die verschillende talenten, die door hun manier van dienstbaar in het leven staan mij ook weer voeden.

Mariet Vet, pastoraal werkster in de regio Zuid-Oost met eerste aanspreekbaarheid voor de H. Laurentiusparochie te Hoogkarspel

Kees

Ik mag niet binnenkomen van Kees, ook al heeft hij ooit gevraagd of ik bij hem langs wilde komen. Vandaag heeft hij geen zin, zegt hij. Veel visite komt er niet. Kees heeft nooit een levenspartner gehad. Hij heeft geen kinderen en geen contact met de familie. Hij heeft geen zin,maar blijft toch aan de deur kletsen en dan ineens ben ik binnen. Een uitleg van knutselwerkjes en tekeningen, vooral van mooie vrouwen en landschappen. ´Ik verveel me niet, ik heb het nog druk met al die dingen`. Bij iedere tekening een verhaaltje. Het kost me moeite weg te komen.

Ik geef toe. Ik maakte er een soort sport van, toch binnen te komen, maar het bezoekje had ook zin. Niet alleen kreeg Kees, die de 80 al gepasseerd is, eindelijk weer wat persoonlijke aandacht. Maar het heeft ook mij heeft het goed gedaan en verrijkt. Ik sta verwonderd dat een mens, die niet veel mee heeft, overeind blijft en zijn aandacht voor mensen en de natuur gaat tekenen.

Tegenwoordig maak ik aantekeningen van zulke ontmoetingen. Ik neem dat op in de stille tijd, waarmee ik de dag begin.Ik verbind ze met de psalmen die ik graag lees of bid. En als ik Eucharistie vier dan voel ik dat de geschonden werkelijkheid, waarin vele van onze parochianen en buurtgenoten leven, gedeeld wordt en van veel van de schijnbaar waardeloosheid wordt ontdaan.

´Hij leidt mij naar frisse groene weiden`. Die frisse weiden vind ik herhaaldelijk in de voor anderen troosteloze buurten waarin ik dagelijks rondstruin. Ik zie een mens staande blijven en doorgaan in uiterst moeilijke omstandigheden. De ene mens deelt met een ander groot verdriet en intens geluk. Kerkelijke regels en onaantrekkelijk beleid storen maar belemmeren uiteindelijk de weg naar het hart niet. De frisse groene weiden kennen andere omheiningen.

Blijf ik een fris mens? Bedankt als dat zo is. Bedankt als dat te merken valt.

Leo Nederstigt, pastoor van de parochie H. Bonifatius te Amsterdam

Hoe blijf ik fris in mijn vak?

Voor het beantwoorden van deze vraag ben ik gaan zitten, net nadat ik terug ben uit de Adelbertabdij in Egmond-Binnen. Daar ben ik verspreid over het afgelopen jaar vier keer geweest en in mijn beleving heeft dat dit jaar het grootste verschil gemaakt om mijzelf ‘fris’ te houden. (Voor wie deze tip wil opvolgen: het gastenverblijf is voorlopig dicht vanwege een ingrijpende verbouwing.)

In dit spoor van voorbeelden die voor míj goed werken, noem ik het schrijven van een persoonlijk jaarverslag vóór de zomer. Daarna een paar maanden zo min mogelijk vergaderen, en dan starten we het nieuwe seizoen met een jaarplanning voor de parochie. Daarin keren sommige elementen steeds terug, zoals vier Bijbelavonden in Advent en Veertigdagentijd die mij dwingen me intensief met een bepaald boek of onderwerp bezig te houden. Elk jaar zijn er een of twee nieuwe activiteiten. Dat blijken soms blijvertjes, zoals de Abdijdag (twee keer per jaar van half tien tot vier beoefenen we de stilte) of het openstellen van de hal van de kerk als dagkapel. Andere ideeën blijken om praktische redenen van tijdelijke aard, zoals het morgen- en middaggebed door de week.

Wat mij daarnaast elke keer weer veel energie geeft, is de eigen grenzen overgaan voor een bezoek, een cursus of een training.

Daarnaast is er binnen en buiten ons vak nog heel veel wat mij fris houdt, zoals de gemeenschap van Sant’Egidio (www.santegidio.org) waarin wij op een andere manier toch ook met hetzelfde bezig zijn, zoals onze dochters van zeven en vier.

Met al deze voorbeelden wil ik overigens niet suggereren dát ik altijd fris blijf. Als dat zo was, hoefden we onszelf bovenstaande vraag waarschijnlijk niet te stellen. Wel wil ik het bestuur van de VPW bedanken voor deze vraag. Die heeft mij uitgenodigd tot deze reflectie, waarvoor dank.

Colm Dekker, basispastor St. Lucas in Amsterdam-Osdorp

Hoe blijf ik fris in mijn werk?

 

Nadenkend over deze vraag vroeg ik me allereerst af: Waar wordt ik niet fris van?

 

Wat maakt me niet blij?

Dat zijn iedere keer weer de verhalen, die ik hoor van mensen uit andere parochies die door hun “nieuwe” pastoor buitenspel gezet zijn, de werkgroepen die opgedoekt worden omdat de pastoor het wel alleen af kan of omdat hij vindt dat de groep niet katholiek genoeg is.

 

Laatst weer een verhaal van iemand gehoord die jarenlang liturgieboekjes gestencild had, maar ineens te horen kreeg: we hebben je niet meer nodig, want al die losse boekjes, we hebben een vast ritueel daar gaan we van uit. En met haar werden meteen ook weer enkele liturgiegroepen opgeheven. Symbolisch genoeg stencilde ze altijd in de kelder van de pastorie. De vorige pastor vond dat ze daar in het verborgene uitstekend werk deed, maar nu kan haar werk het daglicht ineens helemaal niet meer verdragen.

Deze en andere verhalen maken me moedeloos. Als ik daar stil bij blijf staan, dan zou alle plezier in mijn werk als pastor gauw verdwijnen. En als ik dan weer “nieuwe richtlijnen” hoor van boven af, die ik exact zo en zo in praktijk moet brengen, dan word ik er ook niet vrolijker van.

Nee, al die zogenaamde nieuwe regels, al die zogenaamde jonge pastoors……… ik heb het er niet zo op. Het kost je iedere keer weer nodeloze energie als je daar bij stil blijft staan of als je je daar aan wilt houden. Ik leg al deze onfrisse praktijken uiteindelijk gewoon naast me neer.

Maar ik blijf fris in mijn werk omdat ik nog altijd met mensen te maken heb, mensen die blij zijn met hun pasgeboren kind en het willen laten dopen, bruiden die enthousiast vertellen dat ze willen gaan trouwen, ook al is haar vriend “niks”.

Hij is toch wel lief? vraag ik dan. Ja, hartstikke, maar ik bedoel: hij gelooft niets.

Hij gelooft toch wel in jou? Ja zeker, maar ik bedoel: hij is niet rooms katholiek.

O, maar dat zijn er meer niet.

En met veel liefde en vol geloof maken we samen een inspirerende huwelijksviering.

Ik blijf zelfs fris in mijn werk, omdat ik met mensen te maken heb die zorgen kennen om hun kinderen, mensen die angsten kennen omdat er iets ernstigs uit het onderzoek gekomen is. Ik blijf mijn werk de moeite waard vinden omdat ik met mensen mee kan huilen om de dood van een lief iemand, die ze nog lang niet kunnen missen. Ik blijf ook in deze situaties fris in mijn werk doordat ik hun verdriet kan en mag verwoorden in gedichten en gedachten.

Ik blijf fris in mijn werk, omdat ik ervaar dat het geloof en vertrouwen dat een mens altijd weer op kan staan uit de ellende, uit verdriet, zorgen en dood zoveel houvast geeft, want we hebben immers dat oeroude geweldige geloof dat er leven is over álle dood heen. En als we dat dan ook nog kunnen vieren door met elkaar Het Brood te delen (want dat blijf ik doen), dan ervaar ik de verbondenheid met elkaar, met Jezus van Nazareth, met de Heer, met God zelf. En dát geeft enorm veel vertrouwen en houvast.

Door dit alles ben ik niet stuk te krijgen en blijf ik fris in het pastoraat staan.

Theo Vertelman, pastor van de parochies: O.L.V. Onbevlekt Ontvangen in Nieuwe Niedorp, H. Matinus in ’t Veld en H. Wulfram in Waarland

Hoe blijf ik fris in mijn vak?

In de eerste plaats door de vele ontmoetingen dag in dag uit. In het Parochiehuis bij het dagelijkse koffiedrinken, in en om de kerk, bij mensen thuis of het ziekenhuis of toevallig op straat. Ontmoetingen, die soms extra verdieping krijgen bij een leeskring, een gezamenlijke bezinning, een liturgische viering, doop, uitvaart, ziekenzegen, huwelijk of het inzegenen van een huis. Het kinderen wegwijs maken in onze kerk en Bijbelse tuin met een rondleiding vol korte gesprekjes ervaar ik ook steeds als heel verfrissend.

Enkele jaren geleden besloten we in onze parochie bij het begin van een nieuw seizoen een startweekend te organiseren, een speciale ziekendag en oogstdankdag. Alle drie zijn nu aardig ingeburgerd en de goede reacties, die daar op komen zijn vaak hartverwarmend. Allemaal even zovele bijdragen aan een gemeenschapsgevoel.

Daarnaast komen er regelmatig vragen uit de wijdere samenleving, waar iets mee gedaan moet worden. Zoals het organiseren samen met andere kerken, de gemeente,  Vluchtelingenwerk en de moslimgemeenschap van een herdenking van de Schipholbrand van enkele jaren geleden. Een herdenking, die voortgezet wordt bij het hek van het detentiecentrum, waar nog steeds vluchtelingen op uitzetting wachten, met angst en soms nog een sprankje hoop.

Een ander urgent punt: de klimaatverandering. Verdiepen we ons daar ook als Hoofddorpse kerken in? Komen we daar tegen in actie? Met 15 mensen lazen we het boek van Wijnand Duyvendak daarover. En we vinden het de moeite waard om een soort platform op te richten rond de uiterst actuele vraag over heelheid van de Schepping in combinatie met gerechtigheid en vrede (zoals tijdens het conciliair proces). We gaan een nieuw begin maken, dat veel energie zal vragen en alleen kan slagen als je er fris bij blijft.

Maar eerst nu nog met ruim 100 jonge en oudere mensen de musical Jozef de timmerman op de planken zetten bij gelegenheid van de 60steverjaardag van mijn collega. Als dat een succes wordt dan volgend jaar een grotere productie bij de 150ste verjaardag van ons kerkgebouw. Dat zal dan zijn na mijn sabbathsverlof om er dan weer extra fris tegenaan te gaan voor de komende 7 jaar!

Leo Mesman, pastor in de parochie H. Johannes de Doper in Hoofddorp.

“Fris blijven in je vak”

Als ik terugkijk naar mijn vorming als pastor, dan zijn er drie dingen waar ik nu nog heel veel baat bij heb als het gaat om het fris blijven in mijn vak. 

Ik sta al meer dan 25 jaar in het basis-pastoraat. Ik zou ook niet anders meer willen. Ik ben aangesteld in een regio onder Alkmaar en ‘eerst-aanspreekbare’ in de Corneliusparochie te Limmen. Ik ben een gemeenschapsdier en voel me hier dan ook als een vis in het water. Het meedoen met het dorpsgebeuren als het gaat om sport, kermis, carnaval en dorpsfeesten etc. past bij mij. De contacten, de waardering en het net-werken gaat mij goed af en worden erg gewaardeerd.

Maar de drie dingen die mij vooral fris houden zijn: de sport, mijn vrouw en kinderen, en de meditatieve gebedsmomenten.

- Wat betreft de sport had ik het gevoel dat van alle 12-jarige missionaris-studenten die op het kleinseminarie van de missie-congregatie Mill Hill begonnen, alleen diegenen die dagelijks in de bibliotheek te vinden waren of op het sportveld, verder zijn gekomen in de priester-opleiding. U begrijpt het: voor mij was het de sport. Ik was dagelijks op het sportveld en in de gymzaal te vinden. Er werd ons toen dan ook altijd voorgehouden dat het gaat om lichaam en geest. Het actief sporten - en dan vooral het voetballen - is voor mij heel belangrijk geweest als het gaat om het ook geestelijk fris blijven. Nu ik 53 ben zie je wel een verschuiving van de soort sport, maar het actief bezig zijn met anderen is bij mij niet weg te denken.

- En dan natuurlijk mijn vrouw en kinderen. Tijdens de priester-opleiding had ik constant vriendinnetjes. Het celibaat zou mij niet gelukkig maken en ervaarde ik als benauwend. Tijdens de priester-opleiding bij Mill Hill (en ik ben hen daar nog steeds heel dankbaar voor) heb ik in het groot-seminarie in Londen door mogen studeren terwijl we wisten dat ik voor het bisdom Haarlem pastoraal werker zou worden. Een heel goede keuze. Het was de tijd dat het parochie-pastor-zijn werd gepromoot en als pastoraal werker ben ik daar in meegegroeid. Deze maand ben ik 25 jaar getrouwd. Zonder mijn vrouw en vier kinderen zou ik vast gelopen zijn in het celibaat en in het werk. Ze weten dat het pastoraat mij elk moment in beslag kan nemen, maar bewaken ook mijn agenda en zorgen voor heel ander gespreksstof . Het houdt mij fris en scherp en zorgt ervoor dat ik niet ga zweven.

- Tenslotte vermeld ik het gebedsleven. Vanuit de seminarietijd heb ik dat meegekregen en heb ik me dat eigen gemaakt. Maar naast vaste gebeden, de vele liturgische momenten die je viert en de vaste tijden van stilte door de week, heb ik heel veel baat bij zo’n viertal bijbelgroepen ‘snuffelen in de bijbel’ die er binnen de parochiegemeenschap zijn ontstaan. Laagdrempelige gespreksgroepjes waar naar aanleiding van een Schrifttekst boeiende geloofsdiscussies ontstaan. De studie en het voorbereiden van deze bijeenkomsten; de uitleg die je mag geven; en de gesprekken die daarop volgen houden mij fris en ervaar ik als kostbare pareltjes van inspiratie en goddelijke bemoediging.

 

Johan Olling, pastor van de H. Corneliusparochie te Limmen

Hoe blijf (bleef) ik fris in mijn vak?!

Terwijl ik het thema opschrijf, ontdek ik, hoe aanmatigend dat eigenlijk wel is. Laat anderen maar beoordelen of ik werkelijk tot het einde en nu als vrijwilliger fris bleef en blijf als pastor. Maar ik heb een belangrijke strohalm waaraan ik mij vasthoud en dat was het oordeel in een van de vele gesprekken met mijn voorganger die zijn waardering uitsprak over het bijhouden van literatuur en het opzetten, respectievelijk ondersteunen van allerlei vormen van pastoraat voor groepen, zoals rouwverwerking, bezoekgroepen, enz.

Daarnaast realiseer ik mijzelf dat het fris blijven in het pastoraat ook alles te maken heeft met je hele leef- en werkomgeving, je thuissituatie, je collega’s, je vriendenkring, de besturen, de vrijwilligers, enz.

Toch zijn er ook van die speciale dingen waaraan je zelf kunt werken om fris te blijven in het pastoraat. Voor mij hangt het fris blijven in het vak samen met een frisse manier van leven. Dat betekent een goede nachtrust, vroeg opstaan, veel beweging, goede voeding en een matig gebruik van genotsmiddelen, kortom een gezonde leefstijl.

In het palet van de gezonde leefstijl past ook het nemen van tijd voor studie en gebed of een mengeling daarvan. Voor mij zijn de vroege ochtenduren daarvoor gereserveerd. Bij de pastor, gehuwd of ongehuwd, past heel goed het ideaal van St. Benedictus, het gestructureerde leven.

Hoewel ik eigenlijk wat verlegen ben, heb ik altijd veel werk gemaakt van het contact met parochianen. Dat was niet alleen bezoekwerk, maar ook het welkom heten en het overhandigen van de liturgie achter in de kerk voor de vieringen. Bij elk gezicht gaat een verhaal horen en maakt het mogelijk om de verhalen met elkaar te delen. En voor degenen die niet zo frequent naar de kerk komen gebeurde dat op straat en dinsdagmorgen op de weekmarkt. Bij mijn afscheid wilde de journalist van het Noordhollands Dagblad mij fotograferen naast het altaar, het werd op mijn verzoek een foto van een fietsende pastor met het kerkgebouw, het huis van God en van de mensen, op de achtergrond.

Jan Verbruggen, gepensioneerd pastor van de parochies St. Bonifatius te Spanbroek en St. Lambertus in De Weere

    Plaats reactie

    Kijk eens bij:
    Free business joomla templates